Naar de inhoud

narcotiseren

onder narcose brengen

narcotiseren

werkwoord

Betekenis

  1. onder narcose brengen

Vervoeging van narcotiseren

narcotiserenhele werkwoord — narcotiseerdeverleden tijd enkelvoud — narcotiseerdenverleden tijd meervoud — genarcotiseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik narcotiseer narcotiseerde
jij narcotiseert narcotiseerde
hij, zij, het narcotiseert narcotiseerde
wij narcotiseren narcotiseerden
jullie narcotiseren narcotiseerden
zij narcotiseren narcotiseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben genarcotiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent genarcotiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is genarcotiseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was genarcotiseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd genarcotiseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt genarcotiseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal genarcotiseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal genarcotiseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou genarcotiseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou genarcotiseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
genarcotiseerd verleden tijd, deelwoord
genarcotiseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
genarcotiseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
genarcotiseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
genarcotiseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
genarcotiseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
genarcotiseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
genarcotiseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
genarcotiseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
genarcotiseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
genarcotiseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had genarcotiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had genarcotiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had genarcotiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden genarcotiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden genarcotiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden genarcotiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt genarcotiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb genarcotiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben genarcotiseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben genarcotiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben genarcotiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben genarcotiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt genarcotiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft genarcotiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft genarcotiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is genarcotiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is genarcotiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
narcotiseer gebiedende wijs
narcotiseerde verleden tijd
narcotisere aanvoegende wijs
narcotiserend onvoltooid, deelwoord
te hebben genarcotiseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te narcotiseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen narcotiseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart genarcotiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren genarcotiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren genarcotiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren genarcotiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was genarcotiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was genarcotiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was genarcotiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd genarcotiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd genarcotiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd genarcotiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden genarcotiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden genarcotiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden genarcotiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt genarcotiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word genarcotiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden genarcotiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden genarcotiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden genarcotiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt genarcotiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt genarcotiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal genarcotiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal genarcotiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal genarcotiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal genarcotiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal genarcotiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal genarcotiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal genarcotiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal narcotiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal narcotiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal narcotiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn genarcotiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn genarcotiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn genarcotiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt genarcotiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou genarcotiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou genarcotiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou genarcotiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou genarcotiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou genarcotiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou genarcotiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou genarcotiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou genarcotiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou genarcotiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou narcotiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou narcotiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou narcotiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden genarcotiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden genarcotiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden genarcotiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden genarcotiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden genarcotiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden genarcotiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden genarcotiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden genarcotiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden genarcotiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden narcotiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden narcotiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden narcotiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt genarcotiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt genarcotiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt genarcotiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt narcotiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen genarcotiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen genarcotiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen genarcotiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen genarcotiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen genarcotiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen genarcotiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen genarcotiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen genarcotiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen genarcotiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen narcotiseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen narcotiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen narcotiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen narcotiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult genarcotiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult genarcotiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult genarcotiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult narcotiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Naamwoord van handeling van het Franse narcotiser (met het achtervoegsel -iseren)

Woordfamilie van narcotiseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
genarcotiseerd voltooid deelwoord narcotiseren
genarcotiseerde woordvorm narcotiseren
narcotiseer gebiedende wijs narcotiseren
narcotiseerde verleden tijd narcotiseren
narcotiseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon narcotiseren
narcotiseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon narcotiseren
narcotisere aanvoegende wijs narcotiseren
narcotiserend onvoltooid deelwoord narcotiseren
narcotiserende woordvorm narcotiseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van narcotiseren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over narcotiseren

Wat is de betekenis van narcotiseren?
Narcotiseren is een werkwoord. De betekenis is: onder narcose brengen.
Hoe vervoeg ik narcotiseren?
Zo vervoeg je narcotiseren zo: de tegenwoordige tijd is narcotiseer, de verleden tijd is narcotiseerde en het voltooid deelwoord is genarcotiseerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord narcotiseren is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. N 1
  2. A 1
  3. R 2
  4. C 5
  5. O 1
  6. T 2
  7. I 1
  8. S 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

narcotiseren levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. N 1
  2. A 1
  3. R 2
  4. C 5
  5. O 1
  6. T 2
  7. I 2
  8. S 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 21 zonder bonus
  14. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

narcotiseren in het kort

narcotiseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van narcotiseren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort narcotiseren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

narcotiseren: onder narcose brengen
Deel narcotiseren — standaardnederlands.nl