napluizen
werkwoordBetekenis
- iets tot in de details nagaan
Vervoeging van napluizen
napluizenhele werkwoord — ploos naverleden tijd enkelvoud — plozen naverleden tijd meervoud — nageplozenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | pluis na | ploos na |
| jij | pluist na | ploos na |
| hij, zij, het | pluist na | ploos na |
| wij | pluizen na | plozen na |
| jullie | pluizen na | plozen na |
| zij | pluizen na | plozen na |
Alle 108 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is nageplozen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was nageplozen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd nageplozen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt nageplozen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal nageplozen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal nageplozen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou nageplozen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou nageplozen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had nageplozen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had nageplozen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had nageplozen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden nageplozen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden nageplozen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden nageplozen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt nageplozen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb nageplozen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben nageplozen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben nageplozen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben nageplozen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben nageplozen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt nageplozen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft nageplozen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft nageplozen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is nageplozen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| na te pluizen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| na te zullen pluizen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| na zal pluizen | bijzin, toekomende tijd |
| na zou pluizen | bijzin, voorwaardelijk |
| na zouden pluizen | bijzin, voorwaardelijk |
| na zoudt pluizen | bijzin, voorwaardelijk |
| na zullen pluizen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| na zullen pluizen | bijzin, toekomende tijd |
| na zult pluizen | bijzin, toekomende tijd |
| nageplozen | verleden tijd, deelwoord |
| nageplozen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| nageplozen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| nageplozen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| nageplozen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| nageplozen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| nageplozen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| nageplozen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| nageplozen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| nageplozen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| nageplozen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| naploos | bijzin, verleden tijd |
| naploost | bijzin, verleden tijd |
| naplozen | bijzin, verleden tijd |
| napluis | bijzin, tegenwoordige tijd |
| napluist | bijzin, tegenwoordige tijd |
| napluizend | onvoltooid, deelwoord |
| ploos na | verleden tijd |
| pluis na | gebiedende wijs |
| te hebben nageplozen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen napluizen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren nageplozen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was nageplozen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd nageplozen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden nageplozen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden nageplozen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt nageplozen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal nageplozen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal nageplozen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal nageplozen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal nageplozen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal nageplozen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal napluizen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal napluizen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal napluizen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal napluizen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn nageplozen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou nageplozen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou nageplozen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou nageplozen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou nageplozen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou nageplozen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou napluizen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou napluizen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou napluizen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou napluizen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) napluizen na zou(dt) pluizen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden nageplozen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden nageplozen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden nageplozen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden nageplozen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden nageplozen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden napluizen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden napluizen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden napluizen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden napluizen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt nageplozen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt napluizen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt napluizen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen nageplozen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen nageplozen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen nageplozen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen nageplozen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen nageplozen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen napluizen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen napluizen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen napluizen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen napluizen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen napluizen | bijzin, toekomende tijd |
| zult nageplozen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult napluizen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult napluizen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal napluizen na zult/zal pluizen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van na bw en pluizen ww
Woordfamilie van napluizen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nageplozen | voltooid deelwoord | napluizen |
| naploos | subordinate-clause, verleden tijd | napluizen |
| naploost | subordinate-clause, verleden tijd | napluizen |
| naplozen | subordinate-clause, verleden tijd | napluizen |
| napluis | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | napluizen |
| napluist | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | napluizen |
| napluize | with-subordinate-clause | napluizen |
| napluizend | onvoltooid deelwoord | napluizen |
| napluizende | woordvorm | napluizen |
| ploos na | verleden tijd | napluizen |
| plozen na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | napluizen |
| pluis na | gebiedende wijs | napluizen |
| pluist na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | napluizen |
| pluize na | woordvorm | napluizen |
| pluizen na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | napluizen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van napluizen zijn vastgelegd.