Naar de inhoud

nakijken

iets ~: corrigeren van een geschreven tekst of huiswerk

nakijken is meer dan één woord

nakijken

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈnakɛikə(n)

Betekenis

  1. iets ~: corrigeren van een geschreven tekst of huiswerk
  2. iets/iemand ~ : een blik werpen op (iets of) iemand die vertrekt
  3. ~ geven: iemand overklassen
  4. ~ hebben: overklast worden door iemand

Hoe spreek je nakijken uit?

/ˈnakɛikən/

Nakijken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈnakɛikən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
n nek
a maan
k kat
ɛi trein
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van nakijken

nakijkenhele werkwoord — keek naverleden tijd enkelvoud — keken naverleden tijd meervoud — nagekekenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kijk na keek na
jij kijkt na keek na
hij, zij, het kijkt na keek na
wij kijken na keken na
jullie kijken na keken na
zij kijken na keken na
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben nagekeken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent nagekeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is nagekeken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was nagekeken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd nagekeken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt nagekeken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal nagekeken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal nagekeken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou nagekeken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou nagekeken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had nagekeken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had nagekeken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had nagekeken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden nagekeken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden nagekeken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden nagekeken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt nagekeken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb nagekeken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben nagekeken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben nagekeken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben nagekeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben nagekeken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt nagekeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft nagekeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft nagekeken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is nagekeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is nagekeken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
keek na verleden tijd
kijk na gebiedende wijs
na te kijken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
na te zullen kijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
na zal kijken bijzin, toekomende tijd
na zou kijken bijzin, voorwaardelijk
na zouden kijken bijzin, voorwaardelijk
na zoudt kijken bijzin, voorwaardelijk
na zullen kijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
na zullen kijken bijzin, toekomende tijd
na zult kijken bijzin, toekomende tijd
nagekeken verleden tijd, deelwoord
nagekeken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
nagekeken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
nagekeken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagekeken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagekeken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagekeken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
nagekeken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
nagekeken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
nagekeken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
nagekeken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
nakeek bijzin, verleden tijd
nakeken bijzin, verleden tijd
nakijk bijzin, tegenwoordige tijd
nakijkend onvoltooid, deelwoord
nakijkt bijzin, tegenwoordige tijd
te hebben nagekeken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen nakijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart nagekeken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren nagekeken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren nagekeken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren nagekeken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was nagekeken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was nagekeken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was nagekeken voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd nagekeken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd nagekeken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd nagekeken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden nagekeken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden nagekeken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden nagekeken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt nagekeken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word nagekeken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden nagekeken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden nagekeken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden nagekeken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt nagekeken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt nagekeken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal nagekeken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nagekeken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal nagekeken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal nagekeken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nagekeken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal nagekeken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nagekeken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal nakijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal nakijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal nakijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal nakijken bijzin, toekomende tijd
zijn nagekeken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn nagekeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn nagekeken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt nagekeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou nagekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nagekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nagekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou nagekeken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nagekeken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou nagekeken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nagekeken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nagekeken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nagekeken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou nakijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou nakijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou nakijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou nakijken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) nakijken na zou(dt) kijken bijzin, voorwaardelijk
zouden nagekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden nagekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden nagekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nagekeken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden nagekeken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden nagekeken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nagekeken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden nagekeken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden nagekeken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nakijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden nakijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden nakijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden nakijken bijzin, voorwaardelijk
zoudt nagekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt nagekeken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt nagekeken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt nakijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt nakijken bijzin, voorwaardelijk
zullen nagekeken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen nagekeken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen nagekeken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nagekeken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen nagekeken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen nagekeken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nagekeken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen nagekeken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen nagekeken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nakijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen nakijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen nakijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen nakijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen nakijken bijzin, toekomende tijd
zult nagekeken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van na bw en kijken ww

Woordfamilie van nakijken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
keek na verleden tijd nakijken
keken na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon nakijken
kijk na gebiedende wijs nakijken
kijke na woordvorm nakijken
kijken na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon nakijken
kijkt na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon nakijken
nagekeken voltooid deelwoord nakijken
nakeek subordinate-clause, verleden tijd nakijken
nakeken subordinate-clause, verleden tijd nakijken
nakijk subordinate-clause, tegenwoordige tijd nakijken
nakijke with-subordinate-clause nakijken
nakijkend onvoltooid deelwoord nakijken
nakijkende woordvorm nakijken
nakijkt subordinate-clause, tegenwoordige tijd nakijken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nakijken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over nakijken

Hoe spreek ik nakijken uit?
Zo spreek je nakijken uit: /ˈnakɛikə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van nakijken?
Nakijken is een werkwoord. De betekenis is: iets ~: corrigeren van een geschreven tekst of huiswerk. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik nakijken?
Zo vervoeg je nakijken zo: het voltooid deelwoord is nagekeken. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord nakijken is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. N 1
  2. A 1
  3. K 3
  4. I 1
  5. J 4
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

nakijken levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. N 1
  2. A 1
  3. K 3
  4. I 2
  5. J 4
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

nakijken in het kort

nakijken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van nakijken staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort nakijken bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

nakijken: iets ~: corrigeren van een geschreven tekst of huiswerk
Deel nakijken — standaardnederlands.nl