Naar de inhoud

nahouden

erop ~: hebben en in stand houden

nahouden

werkwoord

Betekenis

  1. erop ~: hebben en in stand houden

Vervoeging van nahouden

nahoudenhele werkwoord — hield naverleden tijd enkelvoud — hielden naverleden tijd meervoud — nagehoudenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hou na hield na
jij houdt na hield na
hij, zij, het houdt na hield na
wij houden na hielden na
jullie houden na hielden na
zij houden na hielden na
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had nagehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had nagehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had nagehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden nagehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden nagehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden nagehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt nagehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb nagehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben nagehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben nagehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben nagehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben nagehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt nagehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft nagehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft nagehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hield na verleden tijd
hou na gebiedende wijs
houd na gebiedende wijs
na te houden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
na te zullen houden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
na zal houden bijzin, toekomende tijd
na zou houden bijzin, voorwaardelijk
na zouden houden bijzin, voorwaardelijk
na zoudt houden bijzin, voorwaardelijk
na zullen houden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
na zullen houden bijzin, toekomende tijd
na zult houden bijzin, toekomende tijd
nagehouden verleden tijd, deelwoord
nagehouden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagehouden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
nahield bijzin, verleden tijd
nahielden bijzin, verleden tijd
nahou bijzin, tegenwoordige tijd
nahoud bijzin, tegenwoordige tijd
nahoudend onvoltooid, deelwoord
nahoudt bijzin, tegenwoordige tijd
te hebben nagehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen nahouden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal nagehouden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nagehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal nagehouden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal nahouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal nahouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal nahouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal nahouden bijzin, toekomende tijd
zou nagehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nagehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nagehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou nahouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou nahouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou nahouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou nahouden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) nahouden na zou(dt) houden bijzin, voorwaardelijk
zouden nagehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden nagehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden nagehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nahouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden nahouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden nahouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden nahouden bijzin, voorwaardelijk
zoudt nagehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt nahouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt nahouden bijzin, voorwaardelijk
zullen nagehouden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen nagehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen nagehouden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nahouden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen nahouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen nahouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen nahouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen nahouden bijzin, toekomende tijd
zult nagehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult nahouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult nahouden bijzin, toekomende tijd
zult/zal nahouden na zult/zal houden bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van na en houden

Woordfamilie van nahouden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
hield na verleden tijd nahouden
hielden na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon nahouden
hou na gebiedende wijs nahouden
houd na gebiedende wijs nahouden
houde na woordvorm nahouden
houden na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon nahouden
houdt na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon nahouden
nagehouden voltooid deelwoord nahouden
nahield subordinate-clause, verleden tijd nahouden
nahielden subordinate-clause, verleden tijd nahouden
nahou subordinate-clause, tegenwoordige tijd nahouden
nahoud subordinate-clause, tegenwoordige tijd nahouden
nahoude with-subordinate-clause nahouden
nahoudend onvoltooid deelwoord nahouden
nahoudende woordvorm nahouden
nahoudt subordinate-clause, tegenwoordige tijd nahouden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nahouden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over nahouden

Wat betekent nahouden?
Nahouden is een werkwoord. Het woord betekent: erop ~: hebben en in stand houden.
Hoe vervoeg je nahouden?
Je vervoegt nahouden als volgt: het voltooid deelwoord is nagehouden. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord nahouden is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. N 1
  2. A 1
  3. H 4
  4. O 1
  5. U 4
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

nahouden levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. N 1
  2. A 1
  3. H 4
  4. O 1
  5. U 2
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

nahouden in het kort

nahouden staat in dit woordenboek als werkwoord. Van nahouden zijn 47 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort nahouden bij een woordfamilie van 16 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

nahouden: erop ~: hebben en in stand houden
Deel nahouden — standaardnederlands.nl