Naar de inhoud

nageven

later geven, erkennen

nageven

werkwoord ˈnaɣɛvə(n)

Betekenis

  1. later geven, erkennen

Hoe spreek je nageven uit?

/ˈnaxɛvən/

Nageven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈnaxɛvən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
n nek
a maan
x acht
ɛ bed
v vis
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van nageven

nagevenhele werkwoord — gaf naverleden tijd enkelvoud — gaven naverleden tijd meervoud — nagegevenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik geef na gaf na
jij geeft na gaaft na
hij, zij, het geeft na gaf na
wij geven na gaven na
jullie geven na gaven na
zij geven na gaven na
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben nagegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent nagegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is nagegeven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was nagegeven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd nagegeven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt nagegeven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal nagegeven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal nagegeven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou nagegeven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou nagegeven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gaf na verleden tijd
geef na gebiedende wijs
had nagegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had nagegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had nagegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden nagegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden nagegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden nagegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt nagegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb nagegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben nagegeven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben nagegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben nagegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben nagegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt nagegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft nagegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft nagegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is nagegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is nagegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
na te geven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
na te zullen geven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
na zal geven bijzin, toekomende tijd
na zou geven bijzin, voorwaardelijk
na zouden geven bijzin, voorwaardelijk
na zoudt geven bijzin, voorwaardelijk
na zullen geven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
na zullen geven bijzin, toekomende tijd
na zult geven bijzin, toekomende tijd
nagaaft bijzin, verleden tijd
nagaf bijzin, verleden tijd
nagaven bijzin, verleden tijd
nageef bijzin, tegenwoordige tijd
nageeft bijzin, tegenwoordige tijd
nagegeven verleden tijd, deelwoord
nagegeven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
nagegeven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
nagegeven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagegeven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagegeven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagegeven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
nagegeven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
nagegeven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
nagegeven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
nagegeven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
nagevend onvoltooid, deelwoord
te hebben nagegeven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen nageven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart nagegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren nagegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren nagegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren nagegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was nagegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was nagegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was nagegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd nagegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd nagegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd nagegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden nagegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden nagegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden nagegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt nagegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word nagegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden nagegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden nagegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden nagegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt nagegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt nagegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal nagegeven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nagegeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal nagegeven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal nagegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nagegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal nagegeven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nagegeven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal nageven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal nageven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal nageven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal nageven bijzin, toekomende tijd
zijn nagegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn nagegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn nagegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt nagegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou nagegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nagegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nagegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou nagegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nagegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou nagegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nagegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nagegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nagegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou nageven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou nageven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou nageven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou nageven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) nageven na zou(dt) geven bijzin, voorwaardelijk
zouden nagegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden nagegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden nagegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nagegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden nagegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden nagegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nagegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden nagegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden nagegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nageven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden nageven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden nageven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden nageven bijzin, voorwaardelijk
zoudt nagegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt nagegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt nagegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt nageven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt nageven bijzin, voorwaardelijk
zullen nagegeven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen nagegeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen nagegeven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nagegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen nagegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen nagegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nagegeven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen nagegeven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen nagegeven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nageven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen nageven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen nageven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen nageven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen nageven bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van na en geven

Woordfamilie van nageven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gaf na verleden tijd nageven
gaven na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon nageven
geef na gebiedende wijs nageven
geeft na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon nageven
geve na woordvorm nageven
geven na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon nageven
nagaf subordinate-clause, verleden tijd nageven
nagaven subordinate-clause, verleden tijd nageven
nageef subordinate-clause, tegenwoordige tijd nageven
nageeft subordinate-clause, tegenwoordige tijd nageven
nagegeven voltooid deelwoord nageven
nageve with-subordinate-clause nageven
nagevend onvoltooid deelwoord nageven
nagevende woordvorm nageven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nageven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over nageven

Hoe spreek ik nageven uit?
Zo spreek je nageven uit: /ˈnaɣɛvə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van nageven?
Nageven is een werkwoord. De betekenis is: later geven, erkennen.
Hoe vervoeg ik nageven?
Zo vervoeg je nageven zo: het voltooid deelwoord is nagegeven. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord nageven is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. N 1
  2. A 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. V 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

nageven levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 100 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. N 1
  2. A 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. V 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 zonder bonus
  9. 100 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

nageven telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

nageven in het kort

nageven staat in dit woordenboek als werkwoord. Van nageven staan er 90 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort nageven bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

nageven: later geven, erkennen
Deel nageven — standaardnederlands.nl