nagenieten
werkwoordBetekenis
- blijven genieten van iets dat al voorbij is
Vervoeging van nagenieten
nagenietenhele werkwoord — genoot naverleden tijd enkelvoud — genoten naverleden tijd meervoud — nagenotenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | geniet na | genoot na |
| jij | geniet na | genoot na |
| hij, zij, het | geniet na | genoot na |
| wij | genieten na | genoten na |
| jullie | genieten na | genoten na |
| zij | genieten na | genoten na |
Alle 73 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| geniet na | gebiedende wijs |
| genoot na | verleden tijd |
| had nagenoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had nagenoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had nagenoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden nagenoten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden nagenoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden nagenoten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt nagenoten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb nagenoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben nagenoten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben nagenoten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben nagenoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben nagenoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt nagenoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft nagenoten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft nagenoten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| na te genieten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| na te zullen genieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| na zal genieten | bijzin, toekomende tijd |
| na zou genieten | bijzin, voorwaardelijk |
| na zouden genieten | bijzin, voorwaardelijk |
| na zoudt genieten | bijzin, voorwaardelijk |
| na zullen genieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| na zullen genieten | bijzin, toekomende tijd |
| na zult genieten | bijzin, toekomende tijd |
| nageniet | bijzin, tegenwoordige tijd |
| nagenietend | onvoltooid, deelwoord |
| nagenoot | bijzin, verleden tijd |
| nagenoten | verleden tijd, deelwoord |
| nagenoten | bijzin, verleden tijd |
| nagenoten te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| nagenoten zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te hebben nagenoten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen nagenieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal nagenieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal nagenieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal nagenieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal nagenieten | bijzin, toekomende tijd |
| zal nagenoten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal nagenoten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal nagenoten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou nagenieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou nagenieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou nagenieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou nagenieten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou nagenoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou nagenoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou nagenoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) nagenieten na zou(dt) genieten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden nagenieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden nagenieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden nagenieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden nagenieten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden nagenoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden nagenoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden nagenoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt nagenieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt nagenieten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt nagenoten hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen nagenieten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen nagenieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen nagenieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen nagenieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen nagenieten | bijzin, toekomende tijd |
| zullen nagenoten hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen nagenoten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen nagenoten hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult nagenieten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult nagenieten | bijzin, toekomende tijd |
| zult nagenoten hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal nagenieten na zult/zal genieten | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van na en genieten
Woordfamilie van nagenieten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geniet na | gebiedende wijs | nagenieten |
| geniete na | woordvorm | nagenieten |
| genieten na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | nagenieten |
| genoot na | verleden tijd | nagenieten |
| genoten na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | nagenieten |
| nageniet | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | nagenieten |
| nageniete | with-subordinate-clause | nagenieten |
| nagenietend | onvoltooid deelwoord | nagenieten |
| nagenietende | woordvorm | nagenieten |
| nagenoot | subordinate-clause, verleden tijd | nagenieten |
| nagenoten | voltooid deelwoord | nagenieten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nagenieten zijn vastgelegd.