nageboorte
zelfstandig naamwoord /ˈnaː.ɣəˌbor.tə/Betekenis
- de generatie die later ter wereld is gekomen, het nageslacht
- embryonale vlies, chorion
- de moederkoek, navelstreng en vliezen die het lichaam van de moeder verlaten nadat de baby is geboren
Hoe spreek je nageboorte uit?
/ˈnaxəˌbortə/
Nageboorte bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| a | maan |
| x | acht |
| ə | de |
| b | bak |
| o | boot |
| r | rood |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nageboorten | meervoud |
| nageboortes | meervoud |
Herkomst
[2][3] Leenvertaling van Duits Nachburt, Nachgeburt, aangetroffen sinds 1608, oorspronkelijk in de betekenis van secundinae of chorion, de “vlies die het kind in de baarmoeder hult” , later uitgebreid tot het geheel van de moederkoek, vliezen en navelstreng dat met de geboorte van de baby naar buiten komt.
Woordfamilie van nageboorte
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nageboorten | meervoud | nageboorte |
| nageboortes | meervoud | nageboorte |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nageboorte zijn vastgelegd.