Naar de inhoud

nadoen

doen wat iemand anders doet

nadoen

werkwoord ˈnadun

Betekenis

  1. doen wat iemand anders doet

Hoe spreek je nadoen uit?

/ˈnadun/

Nadoen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈnadun/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
n nek
a maan
d dak
u boek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van nadoen

nadoenhele werkwoord — deed naverleden tijd enkelvoud — deden naverleden tijd meervoud — nagedaanvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik doe na deed na
jij doet na deed na
hij, zij, het doet na deed na
wij doen na deden na
jullie doen na deden na
zij doen na deden na
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben nagedaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent nagedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
deed na verleden tijd
doe na gebiedende wijs
er is nagedaan impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was nagedaan impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd nagedaan impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt nagedaan impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal nagedaan worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal nagedaan zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou nagedaan worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou nagedaan zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had nagedaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had nagedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had nagedaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden nagedaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden nagedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden nagedaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt nagedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb nagedaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben nagedaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben nagedaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben nagedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben nagedaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt nagedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft nagedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft nagedaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is nagedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is nagedaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
na te doen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
na te zullen doen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
na zal doen bijzin, toekomende tijd
na zou doen bijzin, voorwaardelijk
na zouden doen bijzin, voorwaardelijk
na zoudt doen bijzin, voorwaardelijk
na zullen doen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
na zullen doen bijzin, toekomende tijd
na zult doen bijzin, toekomende tijd
nadeden bijzin, verleden tijd
nadeed bijzin, verleden tijd
nadeedt bijzin, verleden tijd
nadoe bijzin, tegenwoordige tijd
nadoend onvoltooid, deelwoord
nadoet bijzin, tegenwoordige tijd
nagedaan verleden tijd, deelwoord
nagedaan te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
nagedaan te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
nagedaan te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagedaan te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagedaan te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagedaan worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
nagedaan zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
nagedaan zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
nagedaan zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
nagedaan zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te hebben nagedaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen nadoen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart nagedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren nagedaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren nagedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren nagedaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
was nagedaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was nagedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was nagedaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd nagedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd nagedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd nagedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden nagedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden nagedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden nagedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt nagedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word nagedaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden nagedaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden nagedaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden nagedaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt nagedaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt nagedaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal nadoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal nadoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal nadoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal nadoen bijzin, toekomende tijd
zal nagedaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nagedaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal nagedaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal nagedaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nagedaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal nagedaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nagedaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn nagedaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn nagedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn nagedaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt nagedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou nadoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou nadoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou nadoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou nadoen bijzin, voorwaardelijk
zou nagedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nagedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nagedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou nagedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nagedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou nagedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nagedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nagedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nagedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) nadoen na zou(dt) doen bijzin, voorwaardelijk
zouden nadoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden nadoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden nadoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden nadoen bijzin, voorwaardelijk
zouden nagedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden nagedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden nagedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nagedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden nagedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden nagedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nagedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden nagedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden nagedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt nadoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt nadoen bijzin, voorwaardelijk
zoudt nagedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt nagedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt nagedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen nadoen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen nadoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen nadoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen nadoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen nadoen bijzin, toekomende tijd
zullen nagedaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen nagedaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen nagedaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nagedaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen nagedaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen nagedaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nagedaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen nagedaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen nagedaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon

Herkomst

samenstelling van na bw en doen ww

Woordfamilie van nadoen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
deden na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon nadoen
deed na verleden tijd nadoen
doe na gebiedende wijs nadoen
doen na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon nadoen
doet na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon nadoen
nadeden subordinate-clause, verleden tijd nadoen
nadeed subordinate-clause, verleden tijd nadoen
nadoe subordinate-clause, tegenwoordige tijd nadoen
nadoend onvoltooid deelwoord nadoen
nadoende woordvorm nadoen
nadoet subordinate-clause, tegenwoordige tijd nadoen
nagedaan voltooid deelwoord nadoen
nagedane woordvorm nadoen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nadoen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over nadoen

Hoe spreek ik nadoen uit?
Zo spreek je nadoen uit: /ˈnadun/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van nadoen?
Nadoen is een werkwoord. De betekenis is: doen wat iemand anders doet.
Hoe vervoeg ik nadoen?
Zo vervoeg je nadoen zo: het voltooid deelwoord is nagedaan. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord nadoen is 7 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. N 1
  2. A 1
  3. D 2
  4. O 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. 7 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

nadoen levert met Wordfeud minimaal 7 en maximaal 33 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. N 1
  2. A 1
  3. D 2
  4. O 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. 7 zonder bonus
  8. 33 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (D) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

nadoen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

nadoen in het kort

nadoen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van nadoen staan er 90 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort nadoen bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

nadoen: doen wat iemand anders doet
Deel nadoen — standaardnederlands.nl