nablijven
werkwoord ˈnablɛivə(n)Betekenis
- langer blijven dan de normale tijd, bijvoorbeeld de schooltijd
- tweede betekenisomschrijving.
- enz.
Hoe spreek je nablijven uit?
/ˈnablɛivən/
Nablijven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| a | maan |
| b | bak |
| l | land |
| ɛi | trein |
| v | vis |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van nablijven
nablijvenhele werkwoord — bleef naverleden tijd enkelvoud — bleven naverleden tijd meervoud — nageblevenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | blijf na | bleef na |
| jij | blijft na | bleef na |
| hij, zij, het | blijft na | bleef na |
| wij | blijven na | bleven na |
| jullie | blijven na | bleven na |
| zij | blijven na | bleven na |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben nagebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent nagebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bleef na | verleden tijd |
| blijf na | gebiedende wijs |
| ev. | gebiedende wijs |
| is nagebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is nagebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| na te blijven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| na te zullen blijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| na zal blijven | bijzin, toekomende tijd |
| na zou blijven | bijzin, voorwaardelijk |
| na zouden blijven | bijzin, voorwaardelijk |
| na zoudt blijven | bijzin, voorwaardelijk |
| na zullen blijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| na zullen blijven | bijzin, toekomende tijd |
| na zult blijven | bijzin, toekomende tijd |
| nableef | bijzin, verleden tijd |
| nableven | bijzin, verleden tijd |
| nablijf | bijzin, tegenwoordige tijd |
| nablijft | bijzin, tegenwoordige tijd |
| nablijvend | onvoltooid, deelwoord |
| nagebleven | verleden tijd, deelwoord |
| nagebleven te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| nagebleven zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te zijn nagebleven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen nablijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart nagebleven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren nagebleven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren nagebleven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren nagebleven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was nagebleven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was nagebleven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was nagebleven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal nablijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal nablijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal nablijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal nablijven | bijzin, toekomende tijd |
| zal nagebleven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal nagebleven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal nagebleven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn nagebleven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn nagebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn nagebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn nagebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt nagebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou nablijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou nablijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou nablijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou nablijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zou nagebleven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou nagebleven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou nagebleven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) nablijven na zou(dt) blijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden nablijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden nablijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden nablijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden nablijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden nagebleven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden nagebleven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden nagebleven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt nablijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt nablijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt nagebleven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen nablijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen nablijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen nablijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen nablijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen nablijven | bijzin, toekomende tijd |
| zullen nagebleven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen nagebleven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen nagebleven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult nablijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult nablijven | bijzin, toekomende tijd |
| zult nagebleven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal nablijven na zult/zal blijven | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van na bw en blijven ww
Woordfamilie van nablijven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bleef na | verleden tijd | nablijven |
| bleven na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | nablijven |
| blijf na | gebiedende wijs | nablijven |
| blijft na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | nablijven |
| blijve na | woordvorm | nablijven |
| blijven na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | nablijven |
| nableef | subordinate-clause, verleden tijd | nablijven |
| nableven | subordinate-clause, verleden tijd | nablijven |
| nablijf | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | nablijven |
| nablijft | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | nablijven |
| nablijve | with-subordinate-clause | nablijven |
| nablijvend | onvoltooid deelwoord | nablijven |
| nablijvende | woordvorm | nablijven |
| nagebleven | voltooid deelwoord | nablijven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nablijven zijn vastgelegd.