haast
zelfstandig naamwoord, bijwoord, werkwoord /hast/Betekenis
- de drang hebben om iets snel te doen
- bijna
Hoe spreek je haast uit?
/hast/
Haast bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| a | maan |
| s | sok |
| t | tak |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van haasten
- gebiedende wijs van haasten
Vervoeging van haast
haasthele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘spoed’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1237