Naar de inhoud

na-ijlen

een langzame vertraagde reactie vertonen

na-ijlen

werkwoord /'na.(ʔ)ɛɪ.lə(n)/

Betekenis

  1. een langzame vertraagde reactie vertonen
  2. (van met name spanning en stroom:) als een bepaalde fase van de ene grootheid later optreedt dan de overeenkomstige fase van de andere

Hoe spreek je na-ijlen uit?

/ˈnaɛilən/

Na-ijlen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈnaɛilən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
n nek
a maan
ɛi trein
l land
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. als een bepaalde fase van de ene grootheid later optreedt dan de overeenkomstige fase van de andere absolute

Vervoeging van na-ijlen

na-ijlenhele werkwoord — ijlde naverleden tijd enkelvoud — ijlden naverleden tijd meervoud — nageijldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ijl na ijlde na
jij ijlt na ijlde na
hij, zij, het ijlt na ijlde na
wij ijlen na ijlden na
jullie ijlen na ijlden na
zij ijlen na ijlden na
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had nageijld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had nageijld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had nageijld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden nageijld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden nageijld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden nageijld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt nageijld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb nageijld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben nageijld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben nageijld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben nageijld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben nageijld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt nageijld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft nageijld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft nageijld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ijl na gebiedende wijs
ijlde na verleden tijd
na te ijlen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
na te zullen ijlen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
na zal ijlen bijzin, toekomende tijd
na zou ijlen bijzin, voorwaardelijk
na zouden ijlen bijzin, voorwaardelijk
na zoudt ijlen bijzin, voorwaardelijk
na zullen ijlen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
na zullen ijlen bijzin, toekomende tijd
na zult ijlen bijzin, toekomende tijd
na-ijl bijzin, tegenwoordige tijd
na-ijlde bijzin, verleden tijd
na-ijlden bijzin, verleden tijd
na-ijlend onvoltooid, deelwoord
na-ijlt bijzin, tegenwoordige tijd
nageijld verleden tijd, deelwoord
nageijld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
nageijld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te hebben nageijld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen na-ijlen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal na-ijlen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal na-ijlen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal na-ijlen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal na-ijlen bijzin, toekomende tijd
zal nageijld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nageijld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal nageijld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou na-ijlen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou na-ijlen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou na-ijlen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou na-ijlen bijzin, voorwaardelijk
zou nageijld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nageijld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nageijld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) na-ijlen na zou(dt) ijlen bijzin, voorwaardelijk
zouden na-ijlen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden na-ijlen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden na-ijlen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden na-ijlen bijzin, voorwaardelijk
zouden nageijld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden nageijld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden nageijld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt na-ijlen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt na-ijlen bijzin, voorwaardelijk
zoudt nageijld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen na-ijlen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen na-ijlen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen na-ijlen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen na-ijlen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen na-ijlen bijzin, toekomende tijd
zullen nageijld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen nageijld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen nageijld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult na-ijlen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult na-ijlen bijzin, toekomende tijd
zult nageijld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal na-ijlen na zult/zal ijlen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van na en ijlen

Woordfamilie van na-ijlen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ijl na gebiedende wijs na-ijlen
ijlde na verleden tijd na-ijlen
ijlden na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon na-ijlen
ijle na woordvorm na-ijlen
ijlen na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon na-ijlen
ijlt na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon na-ijlen
na-ijl subordinate-clause, tegenwoordige tijd na-ijlen
na-ijlde subordinate-clause, verleden tijd na-ijlen
na-ijlden subordinate-clause, verleden tijd na-ijlen
na-ijle with-subordinate-clause na-ijlen
na-ijlend onvoltooid deelwoord na-ijlen
na-ijlende woordvorm na-ijlen
na-ijlt subordinate-clause, tegenwoordige tijd na-ijlen
nageijld voltooid deelwoord na-ijlen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van na-ijlen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over na-ijlen

Hoe spreek je na-ijlen uit?
De uitspraak van na-ijlen is: /'na.(ʔ)ɛɪ.lə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent na-ijlen?
Na-ijlen is een werkwoord. Het woord betekent: een langzame vertraagde reactie vertonen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je na-ijlen?
Je vervoegt na-ijlen als volgt: het voltooid deelwoord is nageijld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

na-ijlen is geen Scrabblewoord: het bestaat niet uitsluitend uit letters die je met tegels kunt leggen.

Wordfeud punten

Naar spel

na-ijlen is met Wordfeud niet te leggen: het bestaat niet uitsluitend uit letters waarvoor stenen bestaan.

na-ijlen in het kort

na-ijlen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van na-ijlen zijn 45 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort na-ijlen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

na-ijlen: een langzame vertraagde reactie vertonen
Deel na-ijlen — standaardnederlands.nl