muziekgroep
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een groep personen die zich gezamenlijk oefent in het spelen of zingen van muziek, meestal met het doel ermee op te treden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| muziekgroepen | meervoud |
| muziekgroepje | verkleinwoord, enkelvoud |
| muziekgroepjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van muziek en groep
Woordfamilie van muziekgroep
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| muziekgroepen | meervoud | muziekgroep |
| muziekgroepje | verkleinwoord | muziekgroep |
| muziekgroepjes | verkleinwoord meervoud | muziekgroep |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van muziekgroep zijn vastgelegd.