Naar de inhoud

murmureren

uit onvrede rumoerig zijn

murmureren

werkwoord

Betekenis

  1. uit onvrede rumoerig zijn

Vervoeging van murmureren

murmurerenhele werkwoord — murmureerdeverleden tijd enkelvoud — murmureerdenverleden tijd meervoud — gemurmureerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik murmureer murmureerde
jij murmureert murmureerde
hij, zij, het murmureert murmureerde
wij murmureren murmureerden
jullie murmureren murmureerden
zij murmureren murmureerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gemurmureerd verleden tijd, deelwoord
gemurmureerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemurmureerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gemurmureerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gemurmureerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gemurmureerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gemurmureerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gemurmureerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gemurmureerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gemurmureerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gemurmureerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemurmureerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gemurmureerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemurmureerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gemurmureerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gemurmureerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemurmureerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemurmureerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
murmureer gebiedende wijs
murmureerde verleden tijd
murmurere aanvoegende wijs
murmurerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gemurmureerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te murmureren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen murmureren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gemurmureerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemurmureerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gemurmureerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal murmureren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal murmureren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal murmureren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gemurmureerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemurmureerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemurmureerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou murmureren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou murmureren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou murmureren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gemurmureerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemurmureerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemurmureerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden murmureren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden murmureren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden murmureren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gemurmureerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt murmureren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gemurmureerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemurmureerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemurmureerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen murmureren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen murmureren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen murmureren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen murmureren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gemurmureerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult murmureren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse murmurer met het achtervoegsel -eren

Woordfamilie van murmureren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gemurmureerd voltooid deelwoord murmureren
murmureer gebiedende wijs murmureren
murmureerde verleden tijd murmureren
murmureerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon murmureren
murmureert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon murmureren
murmurere aanvoegende wijs murmureren
murmurerend onvoltooid deelwoord murmureren
murmurerende woordvorm murmureren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van murmureren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over murmureren

Wat betekent murmureren?
Murmureren is een werkwoord. Het woord betekent: uit onvrede rumoerig zijn.
Hoe vervoeg je murmureren?
Je vervoegt murmureren als volgt: de tegenwoordige tijd is murmureer, de verleden tijd is murmureerde en het voltooid deelwoord is gemurmureerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord murmureren is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. U 4
  3. R 2
  4. M 3
  5. U 4
  6. R 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

murmureren levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. U 2
  3. R 2
  4. M 3
  5. U 2
  6. R 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

murmureren in het kort

murmureren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van murmureren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort murmureren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

murmureren: uit onvrede rumoerig zijn
Deel murmureren — standaardnederlands.nl