bemonsteren
werkwoord /bəˈmɔn.stə.rə(n)/Betekenis
- het op regelmatige tijden nemen van een monster
Hoe spreek je bemonsteren uit?
/bəˈmɔnstərən/
Bemonsteren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| m | maan |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| s | sok |
| t | tak |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bemonsteren
bemonsterenhele werkwoord — bemonsterdeverleden tijd enkelvoud — bemonsterdenverleden tijd meervoud — bemonsterdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bemonster | bemonsterde |
| jij | bemonstert | bemonsterde |
| hij, zij, het | bemonstert | bemonsterde |
| wij | bemonsteren | bemonsterden |
| jullie | bemonsteren | bemonsterden |
| zij | bemonsteren | bemonsterden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bemonster | gebiedende wijs |
| bemonsterd | verleden tijd, deelwoord |
| bemonsterd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bemonsterd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bemonsterde | verleden tijd |
| bemonstere | aanvoegende wijs |
| bemonsterend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bemonsterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bemonsterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bemonsterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bemonsterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bemonsterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bemonsterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bemonsterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bemonsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bemonsterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bemonsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bemonsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bemonsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bemonsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bemonsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bemonsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bemonsteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bemonsterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bemonsteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal bemonsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bemonsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bemonsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bemonsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bemonsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bemonsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou bemonsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bemonsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bemonsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bemonsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bemonsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bemonsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bemonsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bemonsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bemonsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bemonsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bemonsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bemonsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bemonsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bemonsteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bemonsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bemonsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bemonsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bemonsteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bemonsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bemonsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bemonsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bemonsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bemonsteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van monster met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van bemonsteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bemonster | gebiedende wijs | bemonsteren |
| bemonsterd | voltooid deelwoord | bemonsteren |
| bemonsterde | verleden tijd | bemonsteren |
| bemonsterden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bemonsteren |
| bemonstere | aanvoegende wijs | bemonsteren |
| bemonsterend | onvoltooid deelwoord | bemonsteren |
| bemonsterende | woordvorm | bemonsteren |
| bemonstert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bemonsteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bemonsteren zijn vastgelegd.