Naar de inhoud

moduleren

overgaan van de ene toonsoort op de andere

moduleren

werkwoord

Betekenis

  1. overgaan van de ene toonsoort op de andere
  2. het omzetten van een analoog signaal naar een digitaal b.v. pulscodemodulatie, van analoog naar digitaal converteren
  3. van een analoog signaal op een draaggolf met veel hogere frequentie teneinde het resultaat meer geschikt te maken voor de transmissieweg

werkwoord

  1. het moduleren van een analoog signaal op een draaggolf met veel hogere frequentie teneinde het resultaat meer geschikt te maken voor de transmissieweg transitive

Vervoeging van moduleren

modulerenhele werkwoord — moduleerdeverleden tijd enkelvoud — moduleerdenverleden tijd meervoud — gemoduleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik moduleer moduleerde
jij moduleert moduleerde
hij, zij, het moduleert moduleerde
wij moduleren moduleerden
jullie moduleren moduleerden
zij moduleren moduleerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gemoduleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gemoduleerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gemoduleerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gemoduleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gemoduleerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gemoduleerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gemoduleerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gemoduleerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gemoduleerd verleden tijd, deelwoord
gemoduleerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemoduleerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gemoduleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gemoduleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gemoduleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gemoduleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gemoduleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gemoduleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gemoduleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gemoduleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemoduleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gemoduleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemoduleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gemoduleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gemoduleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemoduleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemoduleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
moduleer gebiedende wijs
moduleerde verleden tijd
modulere aanvoegende wijs
modulerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gemoduleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te moduleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen moduleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gemoduleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemoduleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gemoduleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal moduleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal moduleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal moduleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gemoduleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemoduleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemoduleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou moduleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou moduleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou moduleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gemoduleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemoduleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemoduleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden moduleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden moduleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden moduleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gemoduleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt moduleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gemoduleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemoduleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemoduleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen moduleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen moduleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen moduleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen moduleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gemoduleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult moduleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘voordragen’ voor het eerst aangetroffen in 1669

Woordfamilie van moduleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gemoduleerd voltooid deelwoord moduleren
gemoduleerde woordvorm moduleren
moduleer gebiedende wijs moduleren
moduleerde verleden tijd moduleren
moduleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon moduleren
moduleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon moduleren
modulere aanvoegende wijs moduleren
modulerend onvoltooid deelwoord moduleren
modulerende woordvorm moduleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van moduleren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over moduleren

Wat betekent moduleren?
Moduleren is een werkwoord. Het woord betekent: overgaan van de ene toonsoort op de andere. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je moduleren?
Je vervoegt moduleren als volgt: de tegenwoordige tijd is moduleer, de verleden tijd is moduleerde en het voltooid deelwoord is gemoduleerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord moduleren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. O 1
  3. D 2
  4. U 4
  5. L 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

moduleren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. O 1
  3. D 2
  4. U 2
  5. L 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

moduleren in het kort

moduleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van moduleren zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort moduleren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

moduleren: overgaan van de ene toonsoort op de andere
Deel moduleren — standaardnederlands.nl