modereren
werkwoordBetekenis
- matigen
Vervoeging van modereren
modererenhele werkwoord — modereerdeverleden tijd enkelvoud — modereerdenverleden tijd meervoud — gemodereerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | modereer | modereerde |
| jij | modereert | modereerde |
| hij, zij, het | modereert | modereerde |
| wij | modereren | modereerden |
| jullie | modereren | modereerden |
| zij | modereren | modereerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gemodereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gemodereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gemodereerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gemodereerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gemodereerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gemodereerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gemodereerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gemodereerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gemodereerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gemodereerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gemodereerd | verleden tijd, deelwoord |
| gemodereerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gemodereerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gemodereerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemodereerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemodereerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemodereerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gemodereerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gemodereerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gemodereerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gemodereerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gemodereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gemodereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gemodereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gemodereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gemodereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gemodereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gemodereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gemodereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemodereerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gemodereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemodereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gemodereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gemodereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemodereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemodereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gemodereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gemodereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| modereer | gebiedende wijs |
| modereerde | verleden tijd |
| moderere | aanvoegende wijs |
| modererend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gemodereerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te modereren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen modereren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gemodereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gemodereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gemodereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gemodereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gemodereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gemodereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gemodereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gemodereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gemodereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gemodereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gemodereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gemodereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gemodereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gemodereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gemodereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gemodereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gemodereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gemodereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gemodereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gemodereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gemodereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemodereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gemodereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gemodereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemodereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gemodereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemodereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal modereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal modereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal modereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gemodereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gemodereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gemodereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gemodereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gemodereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemodereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemodereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gemodereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemodereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gemodereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemodereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemodereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemodereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou modereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou modereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou modereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gemodereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemodereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemodereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gemodereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gemodereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gemodereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gemodereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemodereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemodereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden modereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden modereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden modereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gemodereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gemodereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gemodereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt modereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gemodereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemodereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemodereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gemodereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gemodereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gemodereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gemodereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemodereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemodereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen modereren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen modereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen modereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen modereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gemodereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gemodereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gemodereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult modereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse modérer (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van modereren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemodereerd | voltooid deelwoord | modereren |
| modereer | gebiedende wijs | modereren |
| modereerde | verleden tijd | modereren |
| modereerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | modereren |
| modereert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | modereren |
| moderere | aanvoegende wijs | modereren |
| modererend | onvoltooid deelwoord | modereren |
| modererende | woordvorm | modereren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van modereren zijn vastgelegd.