modelleren
werkwoordBetekenis
- op schaal navormen
- boetseren, vormen, in model brengen
Vervoeging van modelleren
modellerenhele werkwoord — modelleerdeverleden tijd enkelvoud — modelleerdenverleden tijd meervoud — gemodelleerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | modelleer | modelleerde |
| jij | modelleert | modelleerde |
| hij, zij, het | modelleert | modelleerde |
| wij | modelleren | modelleerden |
| jullie | modelleren | modelleerden |
| zij | modelleren | modelleerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gemodelleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gemodelleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gemodelleerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gemodelleerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gemodelleerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gemodelleerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gemodelleerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gemodelleerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gemodelleerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gemodelleerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gemodelleerd | verleden tijd, deelwoord |
| gemodelleerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gemodelleerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gemodelleerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemodelleerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemodelleerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemodelleerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gemodelleerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gemodelleerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gemodelleerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gemodelleerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gemodelleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gemodelleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gemodelleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gemodelleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gemodelleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gemodelleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gemodelleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gemodelleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemodelleerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gemodelleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemodelleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gemodelleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gemodelleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemodelleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemodelleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gemodelleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gemodelleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| modelleer | gebiedende wijs |
| modelleerde | verleden tijd |
| modellere | aanvoegende wijs |
| modellerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gemodelleerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te modelleren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen modelleren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gemodelleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gemodelleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gemodelleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gemodelleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gemodelleerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gemodelleerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gemodelleerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gemodelleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gemodelleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gemodelleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gemodelleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gemodelleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gemodelleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gemodelleerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gemodelleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gemodelleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gemodelleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gemodelleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gemodelleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gemodelleerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gemodelleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemodelleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gemodelleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gemodelleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemodelleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gemodelleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemodelleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal modelleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal modelleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal modelleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gemodelleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gemodelleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gemodelleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gemodelleerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gemodelleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemodelleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemodelleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gemodelleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemodelleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gemodelleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemodelleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemodelleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemodelleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou modelleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou modelleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou modelleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gemodelleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemodelleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemodelleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gemodelleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gemodelleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gemodelleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gemodelleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemodelleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemodelleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden modelleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden modelleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden modelleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gemodelleerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gemodelleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gemodelleerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt modelleren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gemodelleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemodelleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemodelleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gemodelleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gemodelleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gemodelleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gemodelleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemodelleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemodelleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen modelleren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen modelleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen modelleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen modelleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gemodelleerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gemodelleerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gemodelleerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult modelleren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Naamwoord van handeling van het Franse modeler (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van modelleren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemodelleerd | voltooid deelwoord | modelleren |
| gemodelleerde | woordvorm | modelleren |
| modelleer | gebiedende wijs | modelleren |
| modelleerde | verleden tijd | modelleren |
| modelleerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | modelleren |
| modelleert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | modelleren |
| modellere | aanvoegende wijs | modelleren |
| modellerend | onvoltooid deelwoord | modelleren |
| modellerende | woordvorm | modelleren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van modelleren zijn vastgelegd.