misstappen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- verkeerd stappen
Vervoeging van misstappen
misstappenhele werkwoord — stapte misverleden tijd enkelvoud — stapten misverleden tijd meervoud — misgestaptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | stap mis | stapte mis |
| jij | stapt mis | stapte mis |
| hij, zij, het | stapt mis | stapte mis |
| wij | stappen mis | stapten mis |
| jullie | stappen mis | stapten mis |
| zij | stappen mis | stapten mis |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had misgestapt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had misgestapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had misgestapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden misgestapt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden misgestapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden misgestapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt misgestapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb misgestapt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben misgestapt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben misgestapt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben misgestapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben misgestapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt misgestapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft misgestapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft misgestapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| mis te stappen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| mis te zullen stappen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| mis zal stappen | bijzin, toekomende tijd |
| mis zou stappen | bijzin, voorwaardelijk |
| mis zouden stappen | bijzin, voorwaardelijk |
| mis zoudt stappen | bijzin, voorwaardelijk |
| mis zullen stappen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| mis zullen stappen | bijzin, toekomende tijd |
| mis zult stappen | bijzin, toekomende tijd |
| misgestapt | verleden tijd, deelwoord |
| misgestapt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| misgestapt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| misstap | bijzin, tegenwoordige tijd |
| misstappend | onvoltooid, deelwoord |
| misstapt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| misstapte | bijzin, verleden tijd |
| misstapten | bijzin, verleden tijd |
| stap mis | gebiedende wijs |
| stapte mis | verleden tijd |
| te hebben misgestapt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen misstappen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal misgestapt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal misgestapt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal misgestapt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal misstappen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal misstappen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal misstappen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal misstappen | bijzin, toekomende tijd |
| zou misgestapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou misgestapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou misgestapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou misstappen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou misstappen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou misstappen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou misstappen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) misstappen mis zou(dt) stappen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden misgestapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden misgestapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden misgestapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden misstappen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden misstappen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden misstappen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden misstappen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt misgestapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt misstappen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt misstappen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen misgestapt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen misgestapt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen misgestapt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen misstappen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen misstappen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen misstappen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen misstappen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen misstappen | bijzin, toekomende tijd |
| zult misgestapt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult misstappen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult misstappen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal misstappen mis zult/zal stappen | bijzin, toekomende tijd |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord misstap
Herkomst
samenstelling van mis en stappen
Woordfamilie van misstappen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| misgestapt | voltooid deelwoord | misstappen |
| misstappe | with-subordinate-clause | misstappen |
| misstappend | onvoltooid deelwoord | misstappen |
| misstappende | woordvorm | misstappen |
| misstapt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | misstappen |
| misstapte | subordinate-clause, verleden tijd | misstappen |
| misstapten | subordinate-clause, verleden tijd | misstappen |
| stap mis | gebiedende wijs | misstappen |
| stappe mis | woordvorm | misstappen |
| stappen mis | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | misstappen |
| stapt mis | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | misstappen |
| stapte mis | verleden tijd | misstappen |
| stapten mis | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | misstappen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van misstappen zijn vastgelegd.