misslaan
werkwoord /ˈmɪslan/Betekenis
- Niet raak slaan
Hoe spreek je misslaan uit?
/ˈmɪslan/
Misslaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| l | land |
| a | maan |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- tevergeefs proberen met kracht te raken transitive
Vervoeging van misslaan
misslaanhele werkwoord — sloeg misverleden tijd enkelvoud — sloegen misverleden tijd meervoud — misgeslagenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | sla mis | sloeg mis |
| jij | slaat mis | sloeg mis |
| hij, zij, het | slaat mis | sloeg mis |
| wij | slaan mis | sloegen mis |
| jullie | slaan mis | sloegen mis |
| zij | slaan mis | sloegen mis |
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is misgeslagen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was misgeslagen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd misgeslagen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt misgeslagen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal misgeslagen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal misgeslagen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou misgeslagen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou misgeslagen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had misgeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had misgeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had misgeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden misgeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden misgeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden misgeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt misgeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb misgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben misgeslagen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben misgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben misgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben misgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt misgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft misgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft misgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| mis te slaan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| mis te zullen slaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| mis zal slaan | bijzin, toekomende tijd |
| mis zou slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| mis zouden slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| mis zoudt slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| mis zullen slaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| mis zullen slaan | bijzin, toekomende tijd |
| mis zult slaan | bijzin, toekomende tijd |
| misgeslagen | verleden tijd, deelwoord |
| misgeslagen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| misgeslagen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| missla | bijzin, tegenwoordige tijd |
| misslaand | onvoltooid, deelwoord |
| misslaat | bijzin, tegenwoordige tijd |
| missloeg | bijzin, verleden tijd |
| missloegen | bijzin, verleden tijd |
| sla mis | gebiedende wijs |
| sloeg mis | verleden tijd |
| te hebben misgeslagen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen misslaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal misgeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal misgeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal misgeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal misslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal misslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal misslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal misslaan | bijzin, toekomende tijd |
| zou misgeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou misgeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou misgeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou misslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou misslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou misslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou misslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) misslaan mis zou(dt) slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden misgeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden misgeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden misgeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden misslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden misslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden misslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden misslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt misgeslagen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt misslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt misslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen misgeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen misgeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen misgeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen misslaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen misslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen misslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen misslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen misslaan | bijzin, toekomende tijd |
| zult misgeslagen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult misslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult misslaan | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal misslaan mis zult/zal slaan | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van mis bw en slaan ww
Woordfamilie van misslaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| misgeslagen | voltooid deelwoord | misslaan |
| missla | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | misslaan |
| misslaand | onvoltooid deelwoord | misslaan |
| misslaande | woordvorm | misslaan |
| misslaat | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | misslaan |
| missloeg | subordinate-clause, verleden tijd | misslaan |
| missloegen | subordinate-clause, verleden tijd | misslaan |
| sla mis | gebiedende wijs | misslaan |
| slaan mis | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | misslaan |
| slaat mis | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | misslaan |
| sloeg mis | verleden tijd | misslaan |
| sloegen mis | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | misslaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van misslaan zijn vastgelegd.