mismeesteren
werkwoordBetekenis
- (België) helemaal verknoeien
werkwoord
- helemaal verknoeien
Vervoeging van mismeesteren
mismeesterenhele werkwoord — mismeesterdeverleden tijd enkelvoud — mismeesterdenverleden tijd meervoud — mismeesterdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | mismeester | mismeesterde |
| jij | mismeestert | mismeesterde |
| hij, zij, het | mismeestert | mismeesterde |
| wij | mismeesteren | mismeesterden |
| jullie | mismeesteren | mismeesterden |
| zij | mismeesteren | mismeesterden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben mismeesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent mismeesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is mismeesterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was mismeesterd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd mismeesterd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt mismeesterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal mismeesterd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal mismeesterd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou mismeesterd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou mismeesterd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had mismeesterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had mismeesterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had mismeesterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden mismeesterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden mismeesterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden mismeesterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt mismeesterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb mismeesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben mismeesterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben mismeesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben mismeesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben mismeesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt mismeesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft mismeesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft mismeesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is mismeesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is mismeesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| mismeester | gebiedende wijs |
| mismeesterd | verleden tijd, deelwoord |
| mismeesterd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| mismeesterd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| mismeesterd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| mismeesterd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| mismeesterd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| mismeesterd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| mismeesterd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| mismeesterd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| mismeesterd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| mismeesterd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| mismeesterde | verleden tijd |
| mismeestere | aanvoegende wijs |
| mismeesterend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben mismeesterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te mismeesteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen mismeesteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart mismeesterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren mismeesterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren mismeesterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren mismeesterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was mismeesterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was mismeesterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was mismeesterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd mismeesterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd mismeesterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd mismeesterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden mismeesterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden mismeesterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden mismeesterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt mismeesterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word mismeesterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden mismeesterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden mismeesterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden mismeesterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt mismeesterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt mismeesterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal mismeesterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal mismeesterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal mismeesterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal mismeesterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal mismeesterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal mismeesterd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal mismeesterd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal mismeesteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal mismeesteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal mismeesteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn mismeesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn mismeesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn mismeesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt mismeesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou mismeesterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou mismeesterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou mismeesterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou mismeesterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou mismeesterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou mismeesterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou mismeesterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou mismeesterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou mismeesterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou mismeesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou mismeesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou mismeesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden mismeesterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden mismeesterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden mismeesterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden mismeesterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden mismeesterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden mismeesterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden mismeesterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden mismeesterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden mismeesterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden mismeesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden mismeesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden mismeesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt mismeesterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt mismeesterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt mismeesterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt mismeesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen mismeesterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen mismeesterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen mismeesterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen mismeesterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen mismeesterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen mismeesterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen mismeesterd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen mismeesterd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen mismeesterd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen mismeesteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen mismeesteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen mismeesteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen mismeesteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult mismeesterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult mismeesterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult mismeesterd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult mismeesteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van mis en meesteren
Woordfamilie van mismeesteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mismeester | gebiedende wijs | mismeesteren |
| mismeesterd | voltooid deelwoord | mismeesteren |
| mismeesterde | verleden tijd | mismeesteren |
| mismeesterden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | mismeesteren |
| mismeestere | aanvoegende wijs | mismeesteren |
| mismeesterend | onvoltooid deelwoord | mismeesteren |
| mismeesterende | woordvorm | mismeesteren |
| mismeestert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | mismeesteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mismeesteren zijn vastgelegd.