Naar de inhoud

mislopen

niet op de juiste tijd op de juiste plaats zijn om iets mee te maken

mislopen

werkwoord /'mɪslopə(n)/

Betekenis

  1. niet op de juiste tijd op de juiste plaats zijn om iets mee te maken
  2. fout aflopen

Hoe spreek je mislopen uit?

/ˈmɪslopən/

Mislopen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈmɪslopən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
m maan
ɪ pit
s sok
l land
o boot
p pak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van mislopen

mislopenhele werkwoord — liep misverleden tijd enkelvoud — liepen misverleden tijd meervoud — misgelopenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik loop mis liep mis
jij loopt mis liep mis
hij, zij, het loopt mis liep mis
wij lopen mis liepen mis
jullie lopen mis liepen mis
zij lopen mis liepen mis
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben misgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent misgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is misgelopen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was misgelopen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd misgelopen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt misgelopen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal misgelopen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal misgelopen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou misgelopen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou misgelopen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had misgelopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had misgelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had misgelopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden misgelopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden misgelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden misgelopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt misgelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb misgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben misgelopen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben misgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben misgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben misgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt misgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft misgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft misgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is misgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is misgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
liep mis verleden tijd
loop mis gebiedende wijs
mis te lopen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
mis te zullen lopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
mis zal lopen bijzin, toekomende tijd
mis zou lopen bijzin, voorwaardelijk
mis zouden lopen bijzin, voorwaardelijk
mis zoudt lopen bijzin, voorwaardelijk
mis zullen lopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
mis zullen lopen bijzin, toekomende tijd
mis zult lopen bijzin, toekomende tijd
misgelopen verleden tijd, deelwoord
misgelopen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
misgelopen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
misgelopen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
misgelopen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
misgelopen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
misgelopen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
misgelopen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
misgelopen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
misgelopen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
misgelopen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
misliep bijzin, verleden tijd
misliepen bijzin, verleden tijd
misloop bijzin, tegenwoordige tijd
misloopt bijzin, tegenwoordige tijd
mislopend onvoltooid, deelwoord
te hebben misgelopen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen mislopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart misgelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren misgelopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren misgelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren misgelopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was misgelopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was misgelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was misgelopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd misgelopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd misgelopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd misgelopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden misgelopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden misgelopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden misgelopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt misgelopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word misgelopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden misgelopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden misgelopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden misgelopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt misgelopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt misgelopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal misgelopen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal misgelopen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal misgelopen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal misgelopen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal misgelopen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal misgelopen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal misgelopen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal mislopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal mislopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal mislopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal mislopen bijzin, toekomende tijd
zijn misgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn misgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn misgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt misgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou misgelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou misgelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou misgelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou misgelopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou misgelopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou misgelopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou misgelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou misgelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou misgelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou mislopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou mislopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou mislopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou mislopen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) mislopen mis zou(dt) lopen bijzin, voorwaardelijk
zouden misgelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden misgelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden misgelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden misgelopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden misgelopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden misgelopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden misgelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden misgelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden misgelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden mislopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden mislopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden mislopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden mislopen bijzin, voorwaardelijk
zoudt misgelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt misgelopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt misgelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt mislopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt mislopen bijzin, voorwaardelijk
zullen misgelopen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen misgelopen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen misgelopen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen misgelopen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen misgelopen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen misgelopen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen misgelopen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen misgelopen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen misgelopen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen mislopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen mislopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen mislopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen mislopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen mislopen bijzin, toekomende tijd
zult misgelopen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van mis bn en lopen ww

Woordfamilie van mislopen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
liep mis verleden tijd mislopen
liepen mis aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon mislopen
loop mis gebiedende wijs mislopen
loopt mis aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon mislopen
lope mis woordvorm mislopen
lopen mis aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon mislopen
misgelopen voltooid deelwoord mislopen
misliep subordinate-clause, verleden tijd mislopen
misliepen subordinate-clause, verleden tijd mislopen
misloop subordinate-clause, tegenwoordige tijd mislopen
misloopt subordinate-clause, tegenwoordige tijd mislopen
mislope with-subordinate-clause mislopen
mislopend onvoltooid deelwoord mislopen
mislopende woordvorm mislopen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mislopen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over mislopen

Hoe spreek ik mislopen uit?
Zo spreek je mislopen uit: /'mɪslopə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van mislopen?
Mislopen is een werkwoord. De betekenis is: niet op de juiste tijd op de juiste plaats zijn om iets mee te maken. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik mislopen?
Zo vervoeg je mislopen zo: het voltooid deelwoord is misgelopen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord mislopen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. I 1
  3. S 2
  4. L 3
  5. O 1
  6. P 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

mislopen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. I 2
  3. S 2
  4. L 3
  5. O 1
  6. P 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 zonder bonus
  10. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

mislopen in het kort

mislopen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van mislopen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort mislopen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

mislopen: niet op de juiste tijd op de juiste plaats zijn om iets mee te maken
Deel mislopen — standaardnederlands.nl