Naar de inhoud

mishagen

niet aanstaan, niet behagen

mishagen

werkwoord

Betekenis

  1. niet aanstaan, niet behagen
  2. ontstemd worden

Vervoeging van mishagen

mishagenhele werkwoord — mishaagdeverleden tijd enkelvoud — mishaagdenverleden tijd meervoud — hebben mishaagdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik mishaag mishaagde
jij mishaagt mishaagde
hij, zij, het mishaagt mishaagde
wij mishagen mishaagden
jullie mishagen mishaagden
zij mishagen mishaagden
Alle 58 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had mishaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had mishaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had mishaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden mishaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden mishaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden mishaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt mishaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb mishaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben mishaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben mishaagd verleden tijd, deelwoord
hebben mishaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben mishaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben mishaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt mishaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft mishaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft mishaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
mishaag gebiedende wijs
mishaagd verleden tijd, deelwoord
mishaagd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
mishaagd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
mishaagde verleden tijd
mishaagt tegenwoordige tijd
mishage aanvoegende wijs
mishagend onvoltooid, deelwoord
te hebben mishaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te mishagen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen mishagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal mishaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal mishaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal mishaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal mishagen toekomende tijd
zal mishagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal mishagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal mishagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou mishaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou mishaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou mishaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou mishagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou mishagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou mishagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden mishaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden mishaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden mishaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden mishagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden mishagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden mishagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt mishaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt mishagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen mishaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen mishaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen mishaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen mishagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen mishagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen mishagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen mishagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult mishaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult mishagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘niet aanstaan’ voor het eerst aangetroffen in 1461

Woordfamilie van mishagen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
mishaag gebiedende wijs mishagen
mishaagd voltooid deelwoord mishagen
mishaagde verleden tijd mishagen
mishaagden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon mishagen
mishaagt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon mishagen
mishage aanvoegende wijs mishagen
mishagend onvoltooid deelwoord mishagen
mishagende woordvorm mishagen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mishagen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over mishagen

Wat is de betekenis van mishagen?
Mishagen is een werkwoord. De betekenis is: niet aanstaan, niet behagen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik mishagen?
Zo vervoeg je mishagen zo: de tegenwoordige tijd is mishaag, de verleden tijd is mishaagde en het voltooid deelwoord is hebben mishaagd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord mishagen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. I 1
  3. S 2
  4. H 4
  5. A 1
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

mishagen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. I 2
  3. S 2
  4. H 4
  5. A 1
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 zonder bonus
  10. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

mishagen in het kort

mishagen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van mishagen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort mishagen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

mishagen: niet aanstaan, niet behagen
Deel mishagen — standaardnederlands.nl