mineraliseren
werkwoordBetekenis
- tot mineraal worden
- tot mineraal maken
Vervoeging van mineraliseren
mineraliserenhele werkwoord — mineraliseerdeverleden tijd enkelvoud — mineraliseerdenverleden tijd meervoud — gemineraliseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | mineraliseer | mineraliseerde |
| jij | mineraliseert | mineraliseerde |
| hij, zij, het | mineraliseert | mineraliseerde |
| wij | mineraliseren | mineraliseerden |
| jullie | mineraliseren | mineraliseerden |
| zij | mineraliseren | mineraliseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gemineraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gemineraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gemineraliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gemineraliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gemineraliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gemineraliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gemineraliseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gemineraliseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gemineraliseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gemineraliseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gemineraliseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gemineraliseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gemineraliseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gemineraliseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemineraliseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemineraliseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemineraliseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gemineraliseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gemineraliseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gemineraliseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gemineraliseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gemineraliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gemineraliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gemineraliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gemineraliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gemineraliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gemineraliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gemineraliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gemineraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemineraliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gemineraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemineraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gemineraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gemineraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemineraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemineraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gemineraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gemineraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| mineraliseer | gebiedende wijs |
| mineraliseerde | verleden tijd |
| mineralisere | aanvoegende wijs |
| mineraliserend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gemineraliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te mineraliseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen mineraliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gemineraliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gemineraliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gemineraliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gemineraliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gemineraliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gemineraliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gemineraliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gemineraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gemineraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gemineraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gemineraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gemineraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gemineraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gemineraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gemineraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gemineraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gemineraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gemineraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gemineraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gemineraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gemineraliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemineraliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gemineraliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gemineraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemineraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gemineraliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemineraliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal mineraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal mineraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal mineraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gemineraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gemineraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gemineraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gemineraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gemineraliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemineraliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemineraliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gemineraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemineraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gemineraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemineraliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemineraliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemineraliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou mineraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou mineraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou mineraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gemineraliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemineraliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemineraliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gemineraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gemineraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gemineraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gemineraliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemineraliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemineraliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden mineraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden mineraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden mineraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gemineraliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gemineraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gemineraliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt mineraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gemineraliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemineraliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemineraliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gemineraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gemineraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gemineraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gemineraliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemineraliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemineraliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen mineraliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen mineraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen mineraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen mineraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gemineraliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gemineraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gemineraliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult mineraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse minéraliser (met het achtervoegsel -aal) met het achtervoegsel -iseren
Woordfamilie van mineraliseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemineraliseerd | voltooid deelwoord | mineraliseren |
| gemineraliseerde | woordvorm | mineraliseren |
| mineraliseer | gebiedende wijs | mineraliseren |
| mineraliseerde | verleden tijd | mineraliseren |
| mineraliseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | mineraliseren |
| mineraliseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | mineraliseren |
| mineralisere | aanvoegende wijs | mineraliseren |
| mineraliserend | onvoltooid deelwoord | mineraliseren |
| mineraliserende | woordvorm | mineraliseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mineraliseren zijn vastgelegd.