Naar de inhoud

minachten

minder dan gebruikelijk respect voor iemand hebben

minachten

werkwoord /mɪnɑxtə(n)/

Betekenis

  1. minder dan gebruikelijk respect voor iemand hebben
  2. tweede betekenisomschrijving.
  3. enz.

Hoe spreek je minachten uit?

/mɪnɑxtən/

Minachten bestaat uit drie lettergrepen.

De tekens in /mɪnɑxtən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
m maan
ɪ pit
n nek
ɑ bad
x acht
t tak
ə de

Vervoeging van minachten

minachtenhele werkwoord — minachtteverleden tijd enkelvoud — minachttenverleden tijd meervoud — geminachtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik minacht minachtte
jij minacht minachtte
hij, zij, het minacht minachtte
wij minachten minachtten
jullie minachten minachtten
zij minachten minachtten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geminacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geminacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geminacht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geminacht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geminacht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geminacht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geminacht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geminacht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geminacht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geminacht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geminacht verleden tijd, deelwoord
geminacht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geminacht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geminacht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geminacht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geminacht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geminacht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geminacht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geminacht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geminacht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geminacht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geminacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geminacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geminacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geminacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geminacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geminacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geminacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geminacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geminacht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geminacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geminacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geminacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geminacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geminacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geminacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geminacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geminacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
minacht gebiedende wijs
minachte aanvoegende wijs
minachtend onvoltooid, deelwoord
minachtte verleden tijd
te hebben geminacht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te minachten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen minachten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geminacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geminacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geminacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geminacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geminacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geminacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geminacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geminacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geminacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geminacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geminacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geminacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geminacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geminacht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geminacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geminacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geminacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geminacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geminacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geminacht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geminacht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geminacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geminacht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geminacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geminacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geminacht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geminacht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal minachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal minachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal minachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geminacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geminacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geminacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geminacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geminacht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geminacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geminacht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geminacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geminacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geminacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geminacht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geminacht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geminacht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou minachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou minachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou minachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geminacht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geminacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geminacht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geminacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geminacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geminacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geminacht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geminacht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geminacht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden minachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden minachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden minachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geminacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geminacht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geminacht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt minachten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geminacht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geminacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geminacht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geminacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geminacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geminacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geminacht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geminacht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geminacht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen minachten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen minachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen minachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen minachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geminacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geminacht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geminacht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult minachten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘geringschatten’ voor het eerst aangetroffen in 1806

Woordfamilie van minachten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geminacht voltooid deelwoord minachten
geminachte woordvorm minachten
minacht gebiedende wijs minachten
minachte aanvoegende wijs minachten
minachtte verleden tijd minachten
minachtten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon minachten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van minachten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over minachten

Hoe spreek je minachten uit?
De uitspraak van minachten is: /mɪnɑxtə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent minachten?
Minachten is een werkwoord. Het woord betekent: minder dan gebruikelijk respect voor iemand hebben. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je minachten?
Je vervoegt minachten als volgt: de tegenwoordige tijd is minacht, de verleden tijd is minachtte en het voltooid deelwoord is geminacht. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord minachten is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. I 1
  3. N 1
  4. A 1
  5. C 5
  6. H 4
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

minachten levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. I 2
  3. N 1
  4. A 1
  5. C 5
  6. H 4
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

minachten in het kort

minachten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van minachten zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort minachten bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

minachten: minder dan gebruikelijk respect voor iemand hebben
Deel minachten — standaardnederlands.nl