militariseren
werkwoordBetekenis
- militaire invloed uitoefenen op
Vervoeging van militariseren
militariserenhele werkwoord — militariseerdeverleden tijd enkelvoud — militariseerdenverleden tijd meervoud — gemilitariseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | militariseer | militariseerde |
| jij | militariseert | militariseerde |
| hij, zij, het | militariseert | militariseerde |
| wij | militariseren | militariseerden |
| jullie | militariseren | militariseerden |
| zij | militariseren | militariseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gemilitariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gemilitariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gemilitariseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gemilitariseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gemilitariseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gemilitariseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gemilitariseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gemilitariseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gemilitariseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gemilitariseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gemilitariseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gemilitariseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gemilitariseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gemilitariseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemilitariseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemilitariseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemilitariseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gemilitariseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gemilitariseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gemilitariseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gemilitariseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gemilitariseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gemilitariseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gemilitariseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gemilitariseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gemilitariseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gemilitariseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gemilitariseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gemilitariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemilitariseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gemilitariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemilitariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gemilitariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gemilitariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemilitariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemilitariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gemilitariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gemilitariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| militariseer | gebiedende wijs |
| militariseerde | verleden tijd |
| militarisere | aanvoegende wijs |
| militariserend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gemilitariseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te militariseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen militariseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gemilitariseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gemilitariseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gemilitariseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gemilitariseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gemilitariseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gemilitariseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gemilitariseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gemilitariseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gemilitariseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gemilitariseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gemilitariseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gemilitariseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gemilitariseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gemilitariseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gemilitariseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gemilitariseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gemilitariseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gemilitariseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gemilitariseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gemilitariseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gemilitariseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemilitariseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gemilitariseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gemilitariseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemilitariseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gemilitariseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemilitariseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal militariseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal militariseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal militariseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gemilitariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gemilitariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gemilitariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gemilitariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gemilitariseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemilitariseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemilitariseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gemilitariseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemilitariseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gemilitariseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemilitariseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemilitariseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemilitariseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou militariseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou militariseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou militariseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gemilitariseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemilitariseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemilitariseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gemilitariseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gemilitariseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gemilitariseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gemilitariseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemilitariseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemilitariseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden militariseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden militariseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden militariseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gemilitariseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gemilitariseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gemilitariseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt militariseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gemilitariseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemilitariseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemilitariseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gemilitariseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gemilitariseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gemilitariseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gemilitariseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemilitariseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemilitariseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen militariseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen militariseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen militariseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen militariseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gemilitariseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gemilitariseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gemilitariseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult militariseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse militariser (met het achtervoegsel -aris) met het achtervoegsel -iseren
Woordfamilie van militariseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemilitariseerd | voltooid deelwoord | militariseren |
| gemilitariseerde | woordvorm | militariseren |
| militariseer | gebiedende wijs | militariseren |
| militariseerde | verleden tijd | militariseren |
| militariseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | militariseren |
| militariseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | militariseren |
| militarisere | aanvoegende wijs | militariseren |
| militariserend | onvoltooid deelwoord | militariseren |
| militariserende | woordvorm | militariseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van militariseren zijn vastgelegd.