Naar de inhoud

migreren

trekken, verhuizen, zich verplaatsen

migreren

werkwoord

Betekenis

  1. trekken, verhuizen, zich verplaatsen

werkwoord

  1. gegevens zoals een bestand of code overzetten naar een ander computersysteem en/of netwerk transitive

Vervoeging van migreren

migrerenhele werkwoord — migreerdeverleden tijd enkelvoud — migreerdenverleden tijd meervoud — gemigreerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik migreer migreerde
jij migreert migreerde
hij, zij, het migreert migreerde
wij migreren migreerden
jullie migreren migreerden
zij migreren migreerden
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben gemigreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gemigreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
gemigreerd verleden tijd, deelwoord
gemigreerd te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemigreerd zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is gemigreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gemigreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
migreer gebiedende wijs
migreerde verleden tijd
migrere aanvoegende wijs
migrerend onvoltooid, deelwoord
te migreren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn gemigreerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen migreren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gemigreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gemigreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gemigreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gemigreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gemigreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gemigreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gemigreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal gemigreerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemigreerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gemigreerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal migreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal migreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal migreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gemigreerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gemigreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gemigreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gemigreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gemigreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gemigreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemigreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemigreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou migreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou migreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou migreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gemigreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemigreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemigreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden migreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden migreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden migreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gemigreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt migreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gemigreerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemigreerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemigreerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen migreren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen migreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen migreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen migreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gemigreerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult migreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘trekken’ voor het eerst aangetroffen in 1650

Woordfamilie van migreren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gemigreerd voltooid deelwoord migreren
gemigreerde woordvorm migreren
migreer gebiedende wijs migreren
migreerde verleden tijd migreren
migreerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon migreren
migreert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon migreren
migrere aanvoegende wijs migreren
migrerend onvoltooid deelwoord migreren
migrerende woordvorm migreren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van migreren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over migreren

Wat is de betekenis van migreren?
Migreren is een werkwoord. De betekenis is: trekken, verhuizen, zich verplaatsen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik migreren?
Zo vervoeg je migreren zo: de tegenwoordige tijd is migreer, de verleden tijd is migreerde en het voltooid deelwoord is gemigreerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord migreren is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. I 1
  3. G 3
  4. R 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

migreren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. I 2
  3. G 3
  4. R 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

migreren in het kort

migreren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van migreren staan er 33 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort migreren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

migreren: trekken, verhuizen, zich verplaatsen
Deel migreren — standaardnederlands.nl