Naar de inhoud

miezeren

motregenen, stofregenen, miezelen

miezeren

werkwoord

Betekenis

  1. motregenen, stofregenen, miezelen

Vervoeging van miezeren

miezerenhele werkwoord — miezerdeverleden tijd enkelvoud — miezerdenverleden tijd meervoud — gemiezerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik miezer miezerde
jij miezert miezerde
hij, zij, het miezert miezerde
wij miezeren miezerden
jullie miezeren miezerden
zij miezeren miezerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gemiezerd verleden tijd, deelwoord
gemiezerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemiezerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gemiezerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gemiezerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gemiezerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gemiezerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gemiezerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gemiezerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gemiezerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gemiezerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemiezerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gemiezerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemiezerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gemiezerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gemiezerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemiezerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemiezerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
miezer gebiedende wijs
miezerde verleden tijd
miezere aanvoegende wijs
miezerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gemiezerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te miezeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen miezeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gemiezerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemiezerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gemiezerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal miezeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal miezeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal miezeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gemiezerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemiezerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemiezerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou miezeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou miezeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou miezeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gemiezerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemiezerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemiezerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden miezeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden miezeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden miezeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gemiezerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt miezeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gemiezerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemiezerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemiezerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen miezeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen miezeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen miezeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen miezeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gemiezerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult miezeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van miezeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gemiezerd voltooid deelwoord miezeren
miezer gebiedende wijs miezeren
miezerde verleden tijd miezeren
miezere aanvoegende wijs miezeren
miezerend onvoltooid deelwoord miezeren
miezerende woordvorm miezeren
miezert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon miezeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van miezeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over miezeren

Wat betekent miezeren?
Miezeren is een werkwoord. Het woord betekent: motregenen, stofregenen, miezelen.
Hoe vervoeg je miezeren?
Je vervoegt miezeren als volgt: de tegenwoordige tijd is miezer, de verleden tijd is miezerde en het voltooid deelwoord is gemiezerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord miezeren is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. I 1
  3. E 1
  4. Z 4
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

miezeren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. I 2
  3. E 1
  4. Z 5
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

miezeren in het kort

miezeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van miezeren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort miezeren bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

miezeren: motregenen, stofregenen, miezelen
Deel miezeren — standaardnederlands.nl