Naar de inhoud

meubileren

van meubelen voorzien

meubileren

werkwoord

Betekenis

  1. van meubelen voorzien

Vervoeging van meubileren

meubilerenhele werkwoord — meubileerdeverleden tijd enkelvoud — meubileerdenverleden tijd meervoud — gemeubileerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik meubileer meubileerde
jij meubileert meubileerde
hij, zij, het meubileert meubileerde
wij meubileren meubileerden
jullie meubileren meubileerden
zij meubileren meubileerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gemeubileerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gemeubileerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gemeubileerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gemeubileerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gemeubileerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gemeubileerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gemeubileerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gemeubileerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gemeubileerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gemeubileerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gemeubileerd verleden tijd, deelwoord
gemeubileerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gemeubileerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gemeubileerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemeubileerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemeubileerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemeubileerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gemeubileerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gemeubileerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gemeubileerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gemeubileerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gemeubileerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gemeubileerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gemeubileerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gemeubileerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gemeubileerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gemeubileerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gemeubileerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gemeubileerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemeubileerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gemeubileerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemeubileerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gemeubileerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gemeubileerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemeubileerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemeubileerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gemeubileerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gemeubileerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
meubileer gebiedende wijs
meubileerde verleden tijd
meubilere aanvoegende wijs
meubilerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gemeubileerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te meubileren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen meubileren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gemeubileerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gemeubileerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gemeubileerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gemeubileerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gemeubileerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gemeubileerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gemeubileerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gemeubileerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gemeubileerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gemeubileerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gemeubileerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gemeubileerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gemeubileerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gemeubileerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gemeubileerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gemeubileerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gemeubileerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gemeubileerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gemeubileerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gemeubileerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gemeubileerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemeubileerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gemeubileerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gemeubileerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemeubileerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gemeubileerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemeubileerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal meubileren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal meubileren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal meubileren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gemeubileerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gemeubileerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gemeubileerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gemeubileerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gemeubileerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemeubileerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemeubileerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gemeubileerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemeubileerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gemeubileerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemeubileerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemeubileerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemeubileerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou meubileren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou meubileren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou meubileren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gemeubileerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemeubileerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemeubileerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gemeubileerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gemeubileerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gemeubileerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gemeubileerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemeubileerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemeubileerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden meubileren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden meubileren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden meubileren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gemeubileerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gemeubileerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gemeubileerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt meubileren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gemeubileerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemeubileerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemeubileerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gemeubileerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gemeubileerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gemeubileerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gemeubileerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemeubileerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemeubileerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen meubileren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen meubileren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen meubileren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen meubileren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gemeubileerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gemeubileerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gemeubileerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult meubileren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse meubler (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van meubileren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gemeubileerd voltooid deelwoord meubileren
meubileer gebiedende wijs meubileren
meubileerde verleden tijd meubileren
meubileerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon meubileren
meubileert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon meubileren
meubilere aanvoegende wijs meubileren
meubilerend onvoltooid deelwoord meubileren
meubilerende woordvorm meubileren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meubileren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over meubileren

Wat betekent meubileren?
Meubileren is een werkwoord. Het woord betekent: van meubelen voorzien.
Hoe vervoeg je meubileren?
Je vervoegt meubileren als volgt: de tegenwoordige tijd is meubileer, de verleden tijd is meubileerde en het voltooid deelwoord is gemeubileerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord meubileren is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. E 1
  3. U 4
  4. B 3
  5. I 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

meubileren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. E 1
  3. U 2
  4. B 4
  5. I 2
  6. L 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

meubileren in het kort

meubileren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van meubileren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort meubileren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

meubileren: van meubelen voorzien
Deel meubileren — standaardnederlands.nl