Naar de inhoud

metsen

met voegspecie stenen samenvoegen tot een muur

metsen

werkwoord

Betekenis

  1. met voegspecie stenen samenvoegen tot een muur

Vervoeging van metsen

metsenhele werkwoord — metsteverleden tijd enkelvoud — metstenverleden tijd meervoud — gemetstvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik mets metste
jij metst metste
hij, zij, het metst metste
wij metsen metsten
jullie metsen metsten
zij metsen metsten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gemetst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gemetst impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gemetst impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gemetst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gemetst worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gemetst zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gemetst worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gemetst zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gemetst verleden tijd, deelwoord
gemetst te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemetst zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gemetst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gemetst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gemetst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gemetst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gemetst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gemetst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gemetst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gemetst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemetst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gemetst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemetst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gemetst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gemetst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemetst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemetst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
mets gebiedende wijs
metse aanvoegende wijs
metsend onvoltooid, deelwoord
metste verleden tijd
te hebben gemetst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te metsen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen metsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gemetst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemetst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gemetst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal metsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal metsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal metsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gemetst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemetst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemetst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou metsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou metsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou metsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gemetst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemetst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemetst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden metsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden metsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden metsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gemetst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt metsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gemetst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemetst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemetst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen metsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen metsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen metsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen metsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gemetst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult metsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van metsen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gemetst voltooid deelwoord metsen
gemetste woordvorm metsen
mets gebiedende wijs metsen
metse aanvoegende wijs metsen
metsend onvoltooid deelwoord metsen
metsende woordvorm metsen
metst aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon metsen
metste verleden tijd metsen
metsten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon metsen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van metsen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over metsen

Wat is de betekenis van metsen?
Metsen is een werkwoord. De betekenis is: met voegspecie stenen samenvoegen tot een muur.
Hoe vervoeg ik metsen?
Zo vervoeg je metsen zo: de tegenwoordige tijd is mets, de verleden tijd is metste en het voltooid deelwoord is gemetst. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord metsen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. E 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

metsen levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. E 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

metsen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

metsen in het kort

metsen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van metsen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort metsen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

metsen: met voegspecie stenen samenvoegen tot een muur
Deel metsen — standaardnederlands.nl