meezingen
werkwoord /'mezɪŋə(n)/Betekenis
- gezamenlijk met anderen zingen
Hoe spreek je meezingen uit?
/ˈmezɪŋən/
Meezingen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| e | veel |
| z | zon |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van meezingen
meezingenhele werkwoord — zong meeverleden tijd enkelvoud — zongen meeverleden tijd meervoud — meegezongenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zing mee | zong mee |
| jij | zingt mee | zong mee |
| hij, zij, het | zingt mee | zong mee |
| wij | zingen mee | zongen mee |
| jullie | zingen mee | zongen mee |
| zij | zingen mee | zongen mee |
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben meegezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent meegezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is meegezongen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was meegezongen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd meegezongen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt meegezongen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal meegezongen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal meegezongen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou meegezongen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou meegezongen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had meegezongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had meegezongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had meegezongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden meegezongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden meegezongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden meegezongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt meegezongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb meegezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben meegezongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben meegezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben meegezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben meegezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt meegezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft meegezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft meegezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is meegezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is meegezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| mee te zingen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| mee te zullen zingen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| mee zal zingen | bijzin, toekomende tijd |
| mee zou zingen | bijzin, voorwaardelijk |
| mee zouden zingen | bijzin, voorwaardelijk |
| mee zoudt zingen | bijzin, voorwaardelijk |
| mee zullen zingen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| mee zullen zingen | bijzin, toekomende tijd |
| mee zult zingen | bijzin, toekomende tijd |
| meegezongen | verleden tijd, deelwoord |
| meegezongen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| meegezongen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| meegezongen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| meegezongen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| meegezongen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| meegezongen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| meegezongen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| meegezongen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| meegezongen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| meegezongen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| meezing | bijzin, tegenwoordige tijd |
| meezingend | onvoltooid, deelwoord |
| meezingt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| meezong | bijzin, verleden tijd |
| meezongen | bijzin, verleden tijd |
| meezongt | bijzin, verleden tijd |
| te hebben meegezongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen meezingen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart meegezongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren meegezongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren meegezongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren meegezongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was meegezongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was meegezongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was meegezongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd meegezongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd meegezongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd meegezongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden meegezongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden meegezongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden meegezongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt meegezongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word meegezongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden meegezongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden meegezongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden meegezongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt meegezongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt meegezongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal meegezongen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal meegezongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal meegezongen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal meegezongen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal meegezongen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal meegezongen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal meegezongen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal meezingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal meezingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal meezingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal meezingen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn meegezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn meegezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn meegezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt meegezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zing mee | gebiedende wijs |
| zong mee | verleden tijd |
| zou meegezongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou meegezongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou meegezongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou meegezongen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou meegezongen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou meegezongen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou meegezongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou meegezongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou meegezongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou meezingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou meezingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou meezingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou meezingen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) meezingen mee zou(dt) zingen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden meegezongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden meegezongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden meegezongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden meegezongen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden meegezongen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden meegezongen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden meegezongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden meegezongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden meegezongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden meezingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden meezingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden meezingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden meezingen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt meegezongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt meegezongen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt meegezongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt meezingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt meezingen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen meegezongen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen meegezongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen meegezongen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen meegezongen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen meegezongen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen meegezongen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen meegezongen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen meegezongen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen meegezongen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen meezingen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen meezingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen meezingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen meezingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen meezingen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van mee bw en zingen ww
Woordfamilie van meezingen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| meegezongen | voltooid deelwoord | meezingen |
| meezing | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | meezingen |
| meezinge | with-subordinate-clause | meezingen |
| meezingend | onvoltooid deelwoord | meezingen |
| meezingende | woordvorm | meezingen |
| meezingt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | meezingen |
| meezong | subordinate-clause, verleden tijd | meezingen |
| meezongen | subordinate-clause, verleden tijd | meezingen |
| zing mee | gebiedende wijs | meezingen |
| zinge mee | woordvorm | meezingen |
| zingen mee | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | meezingen |
| zingt mee | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | meezingen |
| zong mee | verleden tijd | meezingen |
| zongen mee | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | meezingen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meezingen zijn vastgelegd.