Naar de inhoud

meevragen

iemand vragen om mee te komen

meevragen

werkwoord

Betekenis

  1. iemand vragen om mee te komen

Vervoeging van meevragen

meevragenhele werkwoord — vraagde meeªverleden tijd enkelvoud — vraagden meeªverleden tijd meervoud — meegevraagdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vraag mee vraagde meeª
jij vraagt mee vraagde meeª
hij, zij, het vraagt mee vraagde meeª
wij vragen mee vraagden meeª
jullie vragen mee vraagden meeª
zij vragen mee vraagden meeª
Alle 147 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben meegevraagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent meegevraagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is meegevraagd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was meegevraagd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd meegevraagd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt meegevraagd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal meegevraagd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal meegevraagd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou meegevraagd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou meegevraagd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had meegevraagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had meegevraagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had meegevraagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden meegevraagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden meegevraagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden meegevraagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt meegevraagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb meegevraagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben meegevraagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben meegevraagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben meegevraagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben meegevraagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt meegevraagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft meegevraagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft meegevraagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is meegevraagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is meegevraagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
mee te vragen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
mee te zullen vragen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
mee zal vragen bijzin, toekomende tijd
mee zou vragen bijzin, voorwaardelijk
mee zouden vragen bijzin, voorwaardelijk
mee zoudt vragen bijzin, voorwaardelijk
mee zullen vragen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
mee zullen vragen bijzin, toekomende tijd
mee zult vragen bijzin, toekomende tijd
meegevraagd verleden tijd, deelwoord
meegevraagd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
meegevraagd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
meegevraagd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
meegevraagd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
meegevraagd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
meegevraagd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
meegevraagd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
meegevraagd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
meegevraagd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
meegevraagd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
meevraag bijzin, tegenwoordige tijd
meevraagdenª bijzin, verleden tijd
meevraagdeª bijzin, verleden tijd
meevraagt bijzin, tegenwoordige tijd
meevragend onvoltooid, deelwoord
meevroeg bijzin, verleden tijd
meevroegen bijzin, verleden tijd
te hebben meegevraagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen meevragen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vraag mee gebiedende wijs
vroeg mee verleden tijd
waart meegevraagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren meegevraagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren meegevraagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren meegevraagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was meegevraagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was meegevraagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was meegevraagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd meegevraagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd meegevraagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd meegevraagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden meegevraagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden meegevraagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden meegevraagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt meegevraagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word meegevraagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden meegevraagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden meegevraagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden meegevraagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt meegevraagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt meegevraagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal meegevraagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal meegevraagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal meegevraagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal meegevraagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal meegevraagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal meegevraagd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal meegevraagd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal meevragen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal meevragen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal meevragen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal meevragen bijzin, toekomende tijd
zijn meegevraagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn meegevraagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn meegevraagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt meegevraagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou meegevraagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou meegevraagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou meegevraagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou meegevraagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou meegevraagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou meegevraagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou meegevraagd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou meegevraagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou meegevraagd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou meevragen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou meevragen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou meevragen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou meevragen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) meevragen mee zou(dt) vragen bijzin, voorwaardelijk
zouden meegevraagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden meegevraagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden meegevraagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden meegevraagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden meegevraagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden meegevraagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden meegevraagd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden meegevraagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden meegevraagd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden meevragen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden meevragen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden meevragen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden meevragen bijzin, voorwaardelijk
zoudt meegevraagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt meegevraagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt meegevraagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt meevragen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt meevragen bijzin, voorwaardelijk
zullen meegevraagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen meegevraagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen meegevraagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen meegevraagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen meegevraagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen meegevraagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen meegevraagd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen meegevraagd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen meegevraagd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen meevragen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen meevragen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen meevragen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen meevragen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon

Herkomst

samenstelling van mee en vragen

Woordfamilie van meevragen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
meegevraagd voltooid deelwoord meevragen
meegevraagde woordvorm meevragen
meevraag subordinate-clause, tegenwoordige tijd meevragen
meevraagde with-subordinate-clause meevragen
meevraagden with-subordinate-clause meevragen
meevraagt subordinate-clause, tegenwoordige tijd meevragen
meevrage with-subordinate-clause meevragen
meevragend onvoltooid deelwoord meevragen
meevragende woordvorm meevragen
meevroeg subordinate-clause, verleden tijd meevragen
meevroegen subordinate-clause, verleden tijd meevragen
vraag mee gebiedende wijs meevragen
vraagde mee woordvorm meevragen
vraagden mee woordvorm meevragen
vraagt mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon meevragen
vrage mee woordvorm meevragen
vragen mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon meevragen
vroeg mee verleden tijd meevragen
vroegen mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon meevragen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meevragen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over meevragen

Wat betekent meevragen?
Meevragen is een werkwoord. Het woord betekent: iemand vragen om mee te komen.
Hoe vervoeg je meevragen?
Je vervoegt meevragen als volgt: het voltooid deelwoord is meegevraagd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord meevragen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. E 1
  3. E 1
  4. V 4
  5. R 2
  6. A 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

meevragen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. E 1
  3. E 1
  4. V 4
  5. R 2
  6. A 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

meevragen in het kort

meevragen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van meevragen zijn 92 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort meevragen bij een woordfamilie van 19 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

meevragen: iemand vragen om mee te komen
Deel meevragen — standaardnederlands.nl