Naar de inhoud

meetronen

iemand met enige dwang meevoeren

meetronen

werkwoord

Betekenis

  1. iemand met enige dwang meevoeren
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van meetronen

meetronenhele werkwoord — troonde meeverleden tijd enkelvoud — troonden meeverleden tijd meervoud — meegetroondvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik troon mee troonde mee
jij troont mee troonde mee
hij, zij, het troont mee troonde mee
wij tronen mee troonden mee
jullie tronen mee troonden mee
zij tronen mee troonden mee
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben meegetroond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent meegetroond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is meegetroond impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was meegetroond impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd meegetroond impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt meegetroond impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal meegetroond worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal meegetroond zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou meegetroond worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou meegetroond zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had meegetroond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had meegetroond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had meegetroond voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden meegetroond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden meegetroond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden meegetroond voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt meegetroond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb meegetroond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben meegetroond actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben meegetroond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben meegetroond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben meegetroond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt meegetroond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft meegetroond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft meegetroond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is meegetroond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is meegetroond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
mee te tronen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
mee te zullen tronen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
mee zal tronen bijzin, toekomende tijd
mee zou tronen bijzin, voorwaardelijk
mee zouden tronen bijzin, voorwaardelijk
mee zoudt tronen bijzin, voorwaardelijk
mee zullen tronen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
mee zullen tronen bijzin, toekomende tijd
mee zult tronen bijzin, toekomende tijd
meegetroond verleden tijd, deelwoord
meegetroond te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
meegetroond te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
meegetroond te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
meegetroond te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
meegetroond te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
meegetroond worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
meegetroond zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
meegetroond zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
meegetroond zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
meegetroond zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
meetronend onvoltooid, deelwoord
meetroon bijzin, tegenwoordige tijd
meetroonde bijzin, verleden tijd
meetroonden bijzin, verleden tijd
meetroont bijzin, tegenwoordige tijd
te hebben meegetroond actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen meetronen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
troon mee gebiedende wijs
troonde mee verleden tijd
waart meegetroond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren meegetroond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren meegetroond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren meegetroond voltooid, verleden tijd, derde persoon
was meegetroond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was meegetroond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was meegetroond voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd meegetroond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd meegetroond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd meegetroond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden meegetroond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden meegetroond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden meegetroond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt meegetroond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word meegetroond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden meegetroond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden meegetroond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden meegetroond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt meegetroond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt meegetroond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal meegetroond hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal meegetroond hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal meegetroond hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal meegetroond worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal meegetroond worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal meegetroond zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal meegetroond zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal meetronen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal meetronen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal meetronen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal meetronen bijzin, toekomende tijd
zijn meegetroond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn meegetroond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn meegetroond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt meegetroond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou meegetroond hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou meegetroond hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou meegetroond hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou meegetroond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou meegetroond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou meegetroond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou meegetroond zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou meegetroond zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou meegetroond zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou meetronen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou meetronen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou meetronen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou meetronen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) meetronen mee zou(dt) tronen bijzin, voorwaardelijk
zouden meegetroond hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden meegetroond hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden meegetroond hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden meegetroond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden meegetroond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden meegetroond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden meegetroond zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden meegetroond zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden meegetroond zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden meetronen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden meetronen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden meetronen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden meetronen bijzin, voorwaardelijk
zoudt meegetroond hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt meegetroond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt meegetroond zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt meetronen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt meetronen bijzin, voorwaardelijk
zullen meegetroond hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen meegetroond hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen meegetroond hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen meegetroond worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen meegetroond worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen meegetroond worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen meegetroond zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen meegetroond zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen meegetroond zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen meetronen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen meetronen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen meetronen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen meetronen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen meetronen bijzin, toekomende tijd
zult meegetroond hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘meelokken’ voor het eerst aangetroffen in 1844

Woordfamilie van meetronen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
meegetroond voltooid deelwoord meetronen
meegetroonde woordvorm meetronen
meetrone with-subordinate-clause meetronen
meetronend onvoltooid deelwoord meetronen
meetronende woordvorm meetronen
meetroon subordinate-clause, tegenwoordige tijd meetronen
meetroonde subordinate-clause, verleden tijd meetronen
meetroonden subordinate-clause, verleden tijd meetronen
meetroont subordinate-clause, tegenwoordige tijd meetronen
trone mee woordvorm meetronen
tronen mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon meetronen
troon mee gebiedende wijs meetronen
troonde mee verleden tijd meetronen
troonden mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon meetronen
troont mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon meetronen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meetronen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over meetronen

Wat betekent meetronen?
Meetronen is een werkwoord. Het woord betekent: iemand met enige dwang meevoeren. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je meetronen?
Je vervoegt meetronen als volgt: het voltooid deelwoord is meegetroond. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord meetronen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. E 1
  3. E 1
  4. T 2
  5. R 2
  6. O 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

meetronen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. E 1
  3. E 1
  4. T 2
  5. R 2
  6. O 1
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 zonder bonus
  11. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

meetronen in het kort

meetronen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van meetronen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort meetronen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

meetronen: iemand met enige dwang meevoeren
Deel meetronen — standaardnederlands.nl