meestemmen
werkwoordBetekenis
- ook deelnemen aan een stemming
- het eens zijn met, instemmen
Vervoeging van meestemmen
meestemmenhele werkwoord — stemde meeverleden tijd enkelvoud — stemden meeverleden tijd meervoud — meegestemdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | stem mee | stemde mee |
| jij | stemt mee | stemde mee |
| hij, zij, het | stemt mee | stemde mee |
| wij | stemmen mee | stemden mee |
| jullie | stemmen mee | stemden mee |
| zij | stemmen mee | stemden mee |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had meegestemd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had meegestemd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had meegestemd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden meegestemd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden meegestemd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden meegestemd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt meegestemd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb meegestemd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben meegestemd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben meegestemd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben meegestemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben meegestemd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt meegestemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft meegestemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft meegestemd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| mee te stemmen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| mee te zullen stemmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| mee zal stemmen | bijzin, toekomende tijd |
| mee zou stemmen | bijzin, voorwaardelijk |
| mee zouden stemmen | bijzin, voorwaardelijk |
| mee zoudt stemmen | bijzin, voorwaardelijk |
| mee zullen stemmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| mee zullen stemmen | bijzin, toekomende tijd |
| mee zult stemmen | bijzin, toekomende tijd |
| meegestemd | verleden tijd, deelwoord |
| meegestemd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| meegestemd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| meestem | bijzin, tegenwoordige tijd |
| meestemde | bijzin, verleden tijd |
| meestemden | bijzin, verleden tijd |
| meestemmend | onvoltooid, deelwoord |
| meestemt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| stem mee | gebiedende wijs |
| stemde mee | verleden tijd |
| te hebben meegestemd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen meestemmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal meegestemd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal meegestemd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal meegestemd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal meestemmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal meestemmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal meestemmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal meestemmen | bijzin, toekomende tijd |
| zou meegestemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou meegestemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou meegestemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou meestemmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou meestemmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou meestemmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou meestemmen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) meestemmen mee zou(dt) stemmen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden meegestemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden meegestemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden meegestemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden meestemmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden meestemmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden meestemmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden meestemmen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt meegestemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt meestemmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt meestemmen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen meegestemd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen meegestemd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen meegestemd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen meestemmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen meestemmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen meestemmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen meestemmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen meestemmen | bijzin, toekomende tijd |
| zult meegestemd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult meestemmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult meestemmen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal meestemmen mee zult/zal stemmen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van mee en stemmen
Woordfamilie van meestemmen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| meegestemd | voltooid deelwoord | meestemmen |
| meestem | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | meestemmen |
| meestemde | subordinate-clause, verleden tijd | meestemmen |
| meestemden | subordinate-clause, verleden tijd | meestemmen |
| meestemme | with-subordinate-clause | meestemmen |
| meestemmend | onvoltooid deelwoord | meestemmen |
| meestemmende | woordvorm | meestemmen |
| meestemt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | meestemmen |
| stem mee | gebiedende wijs | meestemmen |
| stemde mee | verleden tijd | meestemmen |
| stemden mee | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | meestemmen |
| stemme mee | woordvorm | meestemmen |
| stemmen mee | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | meestemmen |
| stemt mee | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | meestemmen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meestemmen zijn vastgelegd.