Naar de inhoud

meestemmen

ook deelnemen aan een stemming

meestemmen

werkwoord

Betekenis

  1. ook deelnemen aan een stemming
  2. het eens zijn met, instemmen

Vervoeging van meestemmen

meestemmenhele werkwoord — stemde meeverleden tijd enkelvoud — stemden meeverleden tijd meervoud — meegestemdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stem mee stemde mee
jij stemt mee stemde mee
hij, zij, het stemt mee stemde mee
wij stemmen mee stemden mee
jullie stemmen mee stemden mee
zij stemmen mee stemden mee
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had meegestemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had meegestemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had meegestemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden meegestemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden meegestemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden meegestemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt meegestemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb meegestemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben meegestemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben meegestemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben meegestemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben meegestemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt meegestemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft meegestemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft meegestemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
mee te stemmen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
mee te zullen stemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
mee zal stemmen bijzin, toekomende tijd
mee zou stemmen bijzin, voorwaardelijk
mee zouden stemmen bijzin, voorwaardelijk
mee zoudt stemmen bijzin, voorwaardelijk
mee zullen stemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
mee zullen stemmen bijzin, toekomende tijd
mee zult stemmen bijzin, toekomende tijd
meegestemd verleden tijd, deelwoord
meegestemd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
meegestemd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
meestem bijzin, tegenwoordige tijd
meestemde bijzin, verleden tijd
meestemden bijzin, verleden tijd
meestemmend onvoltooid, deelwoord
meestemt bijzin, tegenwoordige tijd
stem mee gebiedende wijs
stemde mee verleden tijd
te hebben meegestemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen meestemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal meegestemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal meegestemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal meegestemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal meestemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal meestemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal meestemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal meestemmen bijzin, toekomende tijd
zou meegestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou meegestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou meegestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou meestemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou meestemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou meestemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou meestemmen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) meestemmen mee zou(dt) stemmen bijzin, voorwaardelijk
zouden meegestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden meegestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden meegestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden meestemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden meestemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden meestemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden meestemmen bijzin, voorwaardelijk
zoudt meegestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt meestemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt meestemmen bijzin, voorwaardelijk
zullen meegestemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen meegestemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen meegestemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen meestemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen meestemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen meestemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen meestemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen meestemmen bijzin, toekomende tijd
zult meegestemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult meestemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult meestemmen bijzin, toekomende tijd
zult/zal meestemmen mee zult/zal stemmen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van mee en stemmen

Woordfamilie van meestemmen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
meegestemd voltooid deelwoord meestemmen
meestem subordinate-clause, tegenwoordige tijd meestemmen
meestemde subordinate-clause, verleden tijd meestemmen
meestemden subordinate-clause, verleden tijd meestemmen
meestemme with-subordinate-clause meestemmen
meestemmend onvoltooid deelwoord meestemmen
meestemmende woordvorm meestemmen
meestemt subordinate-clause, tegenwoordige tijd meestemmen
stem mee gebiedende wijs meestemmen
stemde mee verleden tijd meestemmen
stemden mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon meestemmen
stemme mee woordvorm meestemmen
stemmen mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon meestemmen
stemt mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon meestemmen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meestemmen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over meestemmen

Wat betekent meestemmen?
Meestemmen is een werkwoord. Het woord betekent: ook deelnemen aan een stemming. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je meestemmen?
Je vervoegt meestemmen als volgt: het voltooid deelwoord is meegestemd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord meestemmen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. E 1
  3. E 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. M 3
  8. M 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

meestemmen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. E 1
  3. E 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. M 3
  8. M 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

meestemmen in het kort

meestemmen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van meestemmen zijn 45 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort meestemmen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

meestemmen: ook deelnemen aan een stemming
Deel meestemmen — standaardnederlands.nl