meent
zelfstandig naamwoord, werkwoord /meːnt/Betekenis
- weidegrond in gemeenschappelijk bezit
Hoe spreek je meent uit?
/ment/
Meent bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| e | veel |
| n | nek |
| t | tak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| meenten | meervoud |
| meentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| meentjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van menen
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van menen
- gebiedende wijs meervoud van menen
Vervoeging van meent
meenthele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘gemene weide’ voor het eerst aangetroffen in 1285
Woordfamilie van meent
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| meenten | meervoud | meent |
| meentje | verkleinwoord | meent |
| meentjes | verkleinwoord meervoud | meent |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meent zijn vastgelegd.