meeliften
werkwoordBetekenis
- rijden met iemand als een lifter
- profiteren van iets of iemands prestatie of bekendheid zonder die organisatie of persoon te hinderen
Vervoeging van meeliften
meeliftenhele werkwoord — liftte meeverleden tijd enkelvoud — liftten meeverleden tijd meervoud — meegeliftvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | lift mee | liftte mee |
| jij | lift mee | liftte mee |
| hij, zij, het | lift mee | liftte mee |
| wij | liften mee | liftten mee |
| jullie | liften mee | liftten mee |
| zij | liften mee | liftten mee |
Alle 73 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had meegelift | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had meegelift | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had meegelift | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden meegelift | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden meegelift | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden meegelift | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt meegelift | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb meegelift | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben meegelift | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben meegelift | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben meegelift | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben meegelift | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt meegelift | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft meegelift | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft meegelift | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| lift mee | gebiedende wijs |
| liftte mee | verleden tijd |
| mee te liften | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| mee te zullen liften | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| mee zal liften | bijzin, toekomende tijd |
| mee zou liften | bijzin, voorwaardelijk |
| mee zouden liften | bijzin, voorwaardelijk |
| mee zoudt liften | bijzin, voorwaardelijk |
| mee zullen liften | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| mee zullen liften | bijzin, toekomende tijd |
| mee zult liften | bijzin, toekomende tijd |
| meegelift | verleden tijd, deelwoord |
| meegelift te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| meegelift zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| meelift | bijzin, tegenwoordige tijd |
| meeliftend | onvoltooid, deelwoord |
| meeliftte | bijzin, verleden tijd |
| meeliftten | bijzin, verleden tijd |
| te hebben meegelift | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen meeliften | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal meegelift hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal meegelift hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal meegelift hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal meeliften | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal meeliften | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal meeliften | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal meeliften | bijzin, toekomende tijd |
| zou meegelift hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou meegelift hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou meegelift hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou meeliften | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou meeliften | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou meeliften | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou meeliften | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) meeliften mee zou(dt) liften | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden meegelift hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden meegelift hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden meegelift hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden meeliften | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden meeliften | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden meeliften | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden meeliften | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt meegelift hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt meeliften | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt meeliften | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen meegelift hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen meegelift hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen meegelift hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen meeliften | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen meeliften | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen meeliften | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen meeliften | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen meeliften | bijzin, toekomende tijd |
| zult meegelift hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult meeliften | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult meeliften | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal meeliften mee zult/zal liften | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van mee en liften
Woordfamilie van meeliften
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lift mee | gebiedende wijs | meeliften |
| lifte mee | woordvorm | meeliften |
| liften mee | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | meeliften |
| liftte mee | verleden tijd | meeliften |
| liftten mee | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | meeliften |
| meegelift | voltooid deelwoord | meeliften |
| meelift | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | meeliften |
| meelifte | with-subordinate-clause | meeliften |
| meeliftend | onvoltooid deelwoord | meeliften |
| meeliftende | woordvorm | meeliften |
| meeliftte | subordinate-clause, verleden tijd | meeliften |
| meeliftten | subordinate-clause, verleden tijd | meeliften |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meeliften zijn vastgelegd.