Naar de inhoud

meeliften

rijden met iemand als een lifter

meeliften

werkwoord

Betekenis

  1. rijden met iemand als een lifter
  2. profiteren van iets of iemands prestatie of bekendheid zonder die organisatie of persoon te hinderen

Vervoeging van meeliften

meeliftenhele werkwoord — liftte meeverleden tijd enkelvoud — liftten meeverleden tijd meervoud — meegeliftvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik lift mee liftte mee
jij lift mee liftte mee
hij, zij, het lift mee liftte mee
wij liften mee liftten mee
jullie liften mee liftten mee
zij liften mee liftten mee
Alle 73 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had meegelift voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had meegelift voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had meegelift voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden meegelift voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden meegelift voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden meegelift voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt meegelift voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb meegelift voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben meegelift actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben meegelift voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben meegelift voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben meegelift voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt meegelift voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft meegelift voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft meegelift voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
lift mee gebiedende wijs
liftte mee verleden tijd
mee te liften actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
mee te zullen liften actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
mee zal liften bijzin, toekomende tijd
mee zou liften bijzin, voorwaardelijk
mee zouden liften bijzin, voorwaardelijk
mee zoudt liften bijzin, voorwaardelijk
mee zullen liften actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
mee zullen liften bijzin, toekomende tijd
mee zult liften bijzin, toekomende tijd
meegelift verleden tijd, deelwoord
meegelift te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
meegelift zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
meelift bijzin, tegenwoordige tijd
meeliftend onvoltooid, deelwoord
meeliftte bijzin, verleden tijd
meeliftten bijzin, verleden tijd
te hebben meegelift actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen meeliften actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal meegelift hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal meegelift hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal meegelift hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal meeliften aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal meeliften aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal meeliften aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal meeliften bijzin, toekomende tijd
zou meegelift hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou meegelift hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou meegelift hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou meeliften aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou meeliften aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou meeliften aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou meeliften bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) meeliften mee zou(dt) liften bijzin, voorwaardelijk
zouden meegelift hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden meegelift hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden meegelift hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden meeliften aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden meeliften aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden meeliften aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden meeliften bijzin, voorwaardelijk
zoudt meegelift hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt meeliften aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt meeliften bijzin, voorwaardelijk
zullen meegelift hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen meegelift hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen meegelift hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen meeliften actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen meeliften aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen meeliften aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen meeliften aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen meeliften bijzin, toekomende tijd
zult meegelift hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult meeliften aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult meeliften bijzin, toekomende tijd
zult/zal meeliften mee zult/zal liften bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van mee en liften

Woordfamilie van meeliften

Woordvorm Relatie Afgeleid van
lift mee gebiedende wijs meeliften
lifte mee woordvorm meeliften
liften mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon meeliften
liftte mee verleden tijd meeliften
liftten mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon meeliften
meegelift voltooid deelwoord meeliften
meelift subordinate-clause, tegenwoordige tijd meeliften
meelifte with-subordinate-clause meeliften
meeliftend onvoltooid deelwoord meeliften
meeliftende woordvorm meeliften
meeliftte subordinate-clause, verleden tijd meeliften
meeliftten subordinate-clause, verleden tijd meeliften

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meeliften zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over meeliften

Wat is de betekenis van meeliften?
Meeliften is een werkwoord. De betekenis is: rijden met iemand als een lifter. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik meeliften?
Zo vervoeg je meeliften zo: het voltooid deelwoord is meegelift. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord meeliften is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. E 1
  3. E 1
  4. L 3
  5. I 1
  6. F 4
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

meeliften levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. E 1
  3. E 1
  4. L 3
  5. I 2
  6. F 4
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

meeliften in het kort

meeliften staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van meeliften staan er 43 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort meeliften bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

meeliften: rijden met iemand als een lifter
Deel meeliften — standaardnederlands.nl