Naar de inhoud

meegeven

iemand iets geven voor als die vertrokken is.

meegeven

werkwoord ˈmeɣɛvə(n)

Betekenis

  1. iemand iets geven voor als die vertrokken is.
  2. iemand met een idee of zienswijze kennis laten maken.
  3. inveren als er iets tegenaan komt.

Hoe spreek je meegeven uit?

/ˈmexɛvən/

Meegeven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈmexɛvən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
m maan
e veel
x acht
ɛ bed
v vis
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van meegeven

meegevenhele werkwoord — gaf meeverleden tijd enkelvoud — gaven meeverleden tijd meervoud — meegegevenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik geef mee gaf mee
jij geeft mee gaaft mee
hij, zij, het geeft mee gaf mee
wij geven mee gaven mee
jullie geven mee gaven mee
zij geven mee gaven mee
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben meegegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent meegegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is meegegeven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was meegegeven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd meegegeven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt meegegeven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal meegegeven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal meegegeven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou meegegeven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou meegegeven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gaf mee verleden tijd
geef mee gebiedende wijs
had meegegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had meegegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had meegegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden meegegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden meegegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden meegegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt meegegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb meegegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben meegegeven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben meegegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben meegegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben meegegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt meegegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft meegegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft meegegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is meegegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is meegegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
mee te geven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
mee te zullen geven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
mee zal geven bijzin, toekomende tijd
mee zou geven bijzin, voorwaardelijk
mee zouden geven bijzin, voorwaardelijk
mee zoudt geven bijzin, voorwaardelijk
mee zullen geven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
mee zullen geven bijzin, toekomende tijd
mee zult geven bijzin, toekomende tijd
meegaaft bijzin, verleden tijd
meegaf bijzin, verleden tijd
meegaven bijzin, verleden tijd
meegeef bijzin, tegenwoordige tijd
meegeeft bijzin, tegenwoordige tijd
meegegeven verleden tijd, deelwoord
meegegeven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
meegegeven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
meegegeven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
meegegeven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
meegegeven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
meegegeven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
meegegeven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
meegegeven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
meegegeven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
meegegeven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
meegevend onvoltooid, deelwoord
te hebben meegegeven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen meegeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart meegegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren meegegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren meegegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren meegegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was meegegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was meegegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was meegegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd meegegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd meegegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd meegegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden meegegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden meegegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden meegegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt meegegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word meegegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden meegegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden meegegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden meegegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt meegegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt meegegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal meegegeven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal meegegeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal meegegeven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal meegegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal meegegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal meegegeven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal meegegeven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal meegeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal meegeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal meegeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal meegeven bijzin, toekomende tijd
zijn meegegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn meegegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn meegegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt meegegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou meegegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou meegegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou meegegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou meegegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou meegegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou meegegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou meegegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou meegegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou meegegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou meegeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou meegeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou meegeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou meegeven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) meegeven mee zou(dt) geven bijzin, voorwaardelijk
zouden meegegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden meegegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden meegegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden meegegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden meegegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden meegegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden meegegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden meegegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden meegegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden meegeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden meegeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden meegeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden meegeven bijzin, voorwaardelijk
zoudt meegegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt meegegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt meegegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt meegeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt meegeven bijzin, voorwaardelijk
zullen meegegeven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen meegegeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen meegegeven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen meegegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen meegegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen meegegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen meegegeven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen meegegeven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen meegegeven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen meegeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen meegeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen meegeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen meegeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen meegeven bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van mee bw en geven ww

Woordfamilie van meegeven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gaaft mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon meegeven
gaf mee verleden tijd meegeven
gaven mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon meegeven
geef mee gebiedende wijs meegeven
geeft mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon meegeven
geve mee woordvorm meegeven
geven mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon meegeven
meegaaft subordinate-clause, verleden tijd meegeven
meegaf subordinate-clause, verleden tijd meegeven
meegaven subordinate-clause, verleden tijd meegeven
meegeef subordinate-clause, tegenwoordige tijd meegeven
meegeeft subordinate-clause, tegenwoordige tijd meegeven
meegegeven voltooid deelwoord meegeven
meegeve with-subordinate-clause meegeven
meegevend onvoltooid deelwoord meegeven
meegevende woordvorm meegeven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meegeven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over meegeven

Hoe spreek je meegeven uit?
De uitspraak van meegeven is: /ˈmeɣɛvə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent meegeven?
Meegeven is een werkwoord. Het woord betekent: iemand iets geven voor als die vertrokken is. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je meegeven?
Je vervoegt meegeven als volgt: het voltooid deelwoord is meegegeven. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord meegeven is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. E 1
  3. E 1
  4. G 3
  5. E 1
  6. V 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

meegeven levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. E 1
  3. E 1
  4. G 3
  5. E 1
  6. V 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

meegeven in het kort

meegeven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van meegeven zijn 90 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort meegeven bij een woordfamilie van 16 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

meegeven: iemand iets geven voor als die vertrokken is.
Deel meegeven — standaardnederlands.nl