medebrengen
werkwoordBetekenis
- meebrengen, meenemen
Vervoeging van medebrengen
medebrengenhele werkwoord — bracht medeverleden tijd enkelvoud — brachten medeverleden tijd meervoud — medegebrachtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | breng mede | bracht mede |
| jij | brengt mede | bracht mede |
| hij, zij, het | brengt mede | bracht mede |
| wij | brengen mede | brachten mede |
| jullie | brengen mede | brachten mede |
| zij | brengen mede | brachten mede |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bracht mede | verleden tijd |
| breng mede | gebiedende wijs |
| ev. | gebiedende wijs |
| had medegebracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had medegebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had medegebracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden medegebracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden medegebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden medegebracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt medegebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb medegebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben medegebracht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben medegebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben medegebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben medegebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt medegebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft medegebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft medegebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| mede te brengen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| mede te zullen brengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| mede zal brengen | bijzin, toekomende tijd |
| mede zou brengen | bijzin, voorwaardelijk |
| mede zouden brengen | bijzin, voorwaardelijk |
| mede zoudt brengen | bijzin, voorwaardelijk |
| mede zullen brengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| mede zullen brengen | bijzin, toekomende tijd |
| mede zult brengen | bijzin, toekomende tijd |
| medebracht | bijzin, verleden tijd |
| medebrachten | bijzin, verleden tijd |
| medebreng | bijzin, tegenwoordige tijd |
| medebrengend | onvoltooid, deelwoord |
| medebrengt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| medegebracht | verleden tijd, deelwoord |
| medegebracht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| medegebracht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te hebben medegebracht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen medebrengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal medebrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal medebrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal medebrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal medebrengen | bijzin, toekomende tijd |
| zal medegebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal medegebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal medegebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou medebrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou medebrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou medebrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou medebrengen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou medegebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou medegebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou medegebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) medebrengen mede zou(dt) brengen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden medebrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden medebrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden medebrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden medebrengen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden medegebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden medegebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden medegebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt medebrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt medebrengen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt medegebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen medebrengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen medebrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen medebrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen medebrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen medebrengen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen medegebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen medegebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen medegebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult medebrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult medebrengen | bijzin, toekomende tijd |
| zult medegebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal medebrengen mede zult/zal brengen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van mede en brengen
Woordfamilie van medebrengen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bracht mede | verleden tijd | medebrengen |
| brachten mede | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | medebrengen |
| breng mede | gebiedende wijs | medebrengen |
| brenge mede | woordvorm | medebrengen |
| brengen mede | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | medebrengen |
| brengt mede | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | medebrengen |
| medebracht | subordinate-clause, verleden tijd | medebrengen |
| medebrachten | subordinate-clause, verleden tijd | medebrengen |
| medebreng | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | medebrengen |
| medebrenge | with-subordinate-clause | medebrengen |
| medebrengend | onvoltooid deelwoord | medebrengen |
| medebrengende | woordvorm | medebrengen |
| medebrengt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | medebrengen |
| medegebracht | voltooid deelwoord | medebrengen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van medebrengen zijn vastgelegd.