matse
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ˈmɑtsə/Betekenis
- ongezuurd brood, gegeten met Pesach
Hoe spreek je matse uit?
/ˈmɑtsə/
Matse bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɑ | bad |
| t | tak |
| s | sok |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| matses | meervoud |
Woordvorm
- aanvoegende wijs van matsen
Vervoeging van matse
matsehele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Jiddisch, in de betekenis van ‘ongezuurd brood’ voor het eerst aangetroffen in 1875
Woordfamilie van matse
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| matses | meervoud | matse |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van matse zijn vastgelegd.