massacreren
werkwoordBetekenis
- een bloedbad aanrichten
- verknoeien
Vervoeging van massacreren
massacrerenhele werkwoord — massacreerdeverleden tijd enkelvoud — massacreerdenverleden tijd meervoud — gemassacreerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | massacreer | massacreerde |
| jij | massacreert | massacreerde |
| hij, zij, het | massacreert | massacreerde |
| wij | massacreren | massacreerden |
| jullie | massacreren | massacreerden |
| zij | massacreren | massacreerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gemassacreerd | verleden tijd, deelwoord |
| gemassacreerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemassacreerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gemassacreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gemassacreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gemassacreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gemassacreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gemassacreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gemassacreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gemassacreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gemassacreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemassacreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gemassacreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemassacreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gemassacreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gemassacreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemassacreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemassacreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| massacreer | gebiedende wijs |
| massacreerde | verleden tijd |
| massacrere | aanvoegende wijs |
| massacrerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gemassacreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te massacreren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen massacreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gemassacreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemassacreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gemassacreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal massacreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal massacreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal massacreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gemassacreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemassacreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemassacreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou massacreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou massacreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou massacreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gemassacreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemassacreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemassacreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden massacreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden massacreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden massacreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gemassacreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt massacreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gemassacreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemassacreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemassacreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen massacreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen massacreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen massacreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen massacreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gemassacreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult massacreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans: massacre
Woordfamilie van massacreren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemassacreerd | voltooid deelwoord | massacreren |
| gemassacreerde | woordvorm | massacreren |
| massacreer | gebiedende wijs | massacreren |
| massacreerde | verleden tijd | massacreren |
| massacreerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | massacreren |
| massacreert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | massacreren |
| massacrere | aanvoegende wijs | massacreren |
| massacrerend | onvoltooid deelwoord | massacreren |
| massacrerende | woordvorm | massacreren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van massacreren zijn vastgelegd.