makke
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord /ˈmɑkə/Betekenis
- slag, klap, plaag, gebrek
Hoe spreek je makke uit?
/ˈmɑkə/
Makke bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| makkes | meervoud |
Woordvorm
- verbogen vorm van de stellende trap van mak
Herkomst
Leenwoord uit het Jiddisch, in de betekenis van ‘Bargoens: tegenslag, gebrek’ voor het eerst aangetroffen in 1916-1917
Woordfamilie van makke
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| makkes | meervoud | makke |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van makke zijn vastgelegd.