makkelijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- niet moeilijk, waar weinig moeite en inspanning voor vereist is
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| makkelijke | verbogen, stellende trap |
| makkelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| makkelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| makkelijkers | partitief, vergrotende trap |
| makkelijks | partitief, stellende trap |
| makkelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| makkelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘eenvoudig’ voor het eerst aangetroffen in 1327
Woordfamilie van makkelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| makkelijke | verbogen vorm | makkelijk |
| makkelijker | vergrotende trap | makkelijk |
| makkelijkere | verbogen vergrotende trap | makkelijk |
| makkelijkers | partitieve vergrotende trap | makkelijk |
| makkelijks | partitive, positive | makkelijk |
| makkelijkst | uninflected, superlative | makkelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van makkelijk zijn vastgelegd.