majoor
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een rang van hoofdofficier in een aantal onderdelen van de strijdkrachten
zelfstandig naamwoord — masculine
- een van de rangen van hoofdofficier in een aantal onderdelen van de strijdkrachten, net iets onder die van kolonel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| majoors | meervoud |
| majoortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| majoortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Van Spaans mayor (< Latijn maior), in de betekenis van ‘militaire rang’ voor het eerst aangetroffen in 1624
Woordfamilie van majoor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| majoors | meervoud | majoor |
| majoortje | verkleinwoord | majoor |
| majoortjes | verkleinwoord meervoud | majoor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van majoor zijn vastgelegd.