Naar de inhoud

magnetiseren

magnetisch maken

magnetiseren

werkwoord

Betekenis

  1. magnetisch maken
  2. door magnetisme proberen te genezen
  3. een sterke aantrekkingskracht uitoefenen op

Vervoeging van magnetiseren

magnetiserenhele werkwoord — magnetiseerdeverleden tijd enkelvoud — magnetiseerdenverleden tijd meervoud — gemagnetiseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik magnetiseer magnetiseerde
jij magnetiseert magnetiseerde
hij, zij, het magnetiseert magnetiseerde
wij magnetiseren magnetiseerden
jullie magnetiseren magnetiseerden
zij magnetiseren magnetiseerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gemagnetiseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gemagnetiseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gemagnetiseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gemagnetiseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gemagnetiseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gemagnetiseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gemagnetiseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gemagnetiseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gemagnetiseerd verleden tijd, deelwoord
gemagnetiseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemagnetiseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gemagnetiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gemagnetiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gemagnetiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gemagnetiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gemagnetiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gemagnetiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gemagnetiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gemagnetiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemagnetiseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gemagnetiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemagnetiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gemagnetiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gemagnetiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemagnetiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemagnetiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
magnetiseer gebiedende wijs
magnetiseerde verleden tijd
magnetisere aanvoegende wijs
magnetiserend onvoltooid, deelwoord
te hebben gemagnetiseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te magnetiseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen magnetiseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gemagnetiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemagnetiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gemagnetiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal magnetiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal magnetiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal magnetiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gemagnetiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemagnetiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemagnetiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou magnetiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou magnetiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou magnetiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gemagnetiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemagnetiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemagnetiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden magnetiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden magnetiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden magnetiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gemagnetiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt magnetiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gemagnetiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemagnetiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemagnetiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen magnetiseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen magnetiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen magnetiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen magnetiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gemagnetiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult magnetiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse magnétiser (met het achtervoegsel -iseren)

Woordfamilie van magnetiseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gemagnetiseerd voltooid deelwoord magnetiseren
gemagnetiseerde woordvorm magnetiseren
magnetiseer gebiedende wijs magnetiseren
magnetiseerde verleden tijd magnetiseren
magnetiseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon magnetiseren
magnetiseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon magnetiseren
magnetisere aanvoegende wijs magnetiseren
magnetiserend onvoltooid deelwoord magnetiseren
magnetiserende woordvorm magnetiseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van magnetiseren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over magnetiseren

Wat is de betekenis van magnetiseren?
Magnetiseren is een werkwoord. De betekenis is: magnetisch maken. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik magnetiseren?
Zo vervoeg je magnetiseren zo: de tegenwoordige tijd is magnetiseer, de verleden tijd is magnetiseerde en het voltooid deelwoord is gemagnetiseerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord magnetiseren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. A 1
  3. G 3
  4. N 1
  5. E 1
  6. T 2
  7. I 1
  8. S 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

magnetiseren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. A 1
  3. G 3
  4. N 1
  5. E 1
  6. T 2
  7. I 2
  8. S 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 20 zonder bonus
  14. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

magnetiseren in het kort

magnetiseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van magnetiseren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort magnetiseren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

magnetiseren: magnetisch maken
Deel magnetiseren — standaardnederlands.nl