magnetiseren
werkwoordBetekenis
- magnetisch maken
- door magnetisme proberen te genezen
- een sterke aantrekkingskracht uitoefenen op
Vervoeging van magnetiseren
magnetiserenhele werkwoord — magnetiseerdeverleden tijd enkelvoud — magnetiseerdenverleden tijd meervoud — gemagnetiseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | magnetiseer | magnetiseerde |
| jij | magnetiseert | magnetiseerde |
| hij, zij, het | magnetiseert | magnetiseerde |
| wij | magnetiseren | magnetiseerden |
| jullie | magnetiseren | magnetiseerden |
| zij | magnetiseren | magnetiseerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gemagnetiseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gemagnetiseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gemagnetiseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gemagnetiseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gemagnetiseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gemagnetiseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gemagnetiseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gemagnetiseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gemagnetiseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gemagnetiseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemagnetiseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gemagnetiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gemagnetiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gemagnetiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gemagnetiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gemagnetiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gemagnetiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gemagnetiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gemagnetiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemagnetiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gemagnetiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemagnetiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gemagnetiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gemagnetiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemagnetiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemagnetiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| magnetiseer | gebiedende wijs |
| magnetiseerde | verleden tijd |
| magnetisere | aanvoegende wijs |
| magnetiserend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gemagnetiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te magnetiseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen magnetiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gemagnetiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemagnetiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gemagnetiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal magnetiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal magnetiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal magnetiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gemagnetiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemagnetiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemagnetiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou magnetiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou magnetiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou magnetiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gemagnetiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemagnetiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemagnetiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden magnetiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden magnetiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden magnetiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gemagnetiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt magnetiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gemagnetiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemagnetiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemagnetiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen magnetiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen magnetiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen magnetiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen magnetiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gemagnetiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult magnetiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse magnétiser (met het achtervoegsel -iseren)
Woordfamilie van magnetiseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemagnetiseerd | voltooid deelwoord | magnetiseren |
| gemagnetiseerde | woordvorm | magnetiseren |
| magnetiseer | gebiedende wijs | magnetiseren |
| magnetiseerde | verleden tijd | magnetiseren |
| magnetiseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | magnetiseren |
| magnetiseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | magnetiseren |
| magnetisere | aanvoegende wijs | magnetiseren |
| magnetiserend | onvoltooid deelwoord | magnetiseren |
| magnetiserende | woordvorm | magnetiseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van magnetiseren zijn vastgelegd.