macrameeën
werkwoordBetekenis
- decoraties of weefsels maken door het met de hand knopen van draden
Vervoeging van macrameeën
macrameeënhele werkwoord — macrameedeverleden tijd enkelvoud — macrameedenverleden tijd meervoud — gemacrameedvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | macramee | macrameede |
| jij | macrameet | macrameede |
| hij, zij, het | macrameet | macrameede |
| wij | macrameeën | macrameeden |
| jullie | macrameeën | macrameeden |
| zij | macrameeën | macrameeden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gemacrameed | verleden tijd, deelwoord |
| gemacrameed te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemacrameed zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gemacrameed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gemacrameed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gemacrameed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gemacrameed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gemacrameed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gemacrameed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gemacrameed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gemacrameed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemacrameed | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gemacrameed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemacrameed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gemacrameed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gemacrameed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemacrameed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemacrameed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| macramee | gebiedende wijs |
| macrameede | verleden tijd |
| macrameeë | aanvoegende wijs |
| macrameeënd | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gemacrameed | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te macrameeën | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen macrameeën | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gemacrameed hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemacrameed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gemacrameed hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal macrameeën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal macrameeën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal macrameeën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gemacrameed hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemacrameed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemacrameed hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou macrameeën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou macrameeën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou macrameeën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gemacrameed hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemacrameed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemacrameed hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden macrameeën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden macrameeën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden macrameeën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gemacrameed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt macrameeën | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gemacrameed hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemacrameed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemacrameed hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen macrameeën | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen macrameeën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen macrameeën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen macrameeën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gemacrameed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult macrameeën | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van macramé
Woordfamilie van macrameeën
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemacrameed | voltooid deelwoord | macrameeën |
| gemacrameede | woordvorm | macrameeën |
| macramee | gebiedende wijs | macrameeën |
| macrameede | verleden tijd | macrameeën |
| macrameeden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | macrameeën |
| macrameet | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | macrameeën |
| macrameeë | aanvoegende wijs | macrameeën |
| macrameeënd | onvoltooid deelwoord | macrameeën |
| macrameeënde | woordvorm | macrameeën |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van macrameeën zijn vastgelegd.