maathouden
werkwoordBetekenis
- de regelmatige tijdsorde van een muziekstuk stipt volgen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van maathouden
maathoudenhele werkwoord — hield maatverleden tijd enkelvoud — hielden maatverleden tijd meervoud — maatgehoudenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | hou maat | hield maat |
| jij | houdt maat | hield maat |
| hij, zij, het | houdt maat | hield maat |
| wij | houden maat | hielden maat |
| jullie | houden maat | hielden maat |
| zij | houden maat | hielden maat |
Alle 84 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is maatgehouden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was maatgehouden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd maatgehouden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt maatgehouden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal maatgehouden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal maatgehouden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou maatgehouden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou maatgehouden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had maatgehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had maatgehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had maatgehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden maatgehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden maatgehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden maatgehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt maatgehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb maatgehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben maatgehouden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben maatgehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben maatgehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben maatgehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt maatgehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft maatgehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft maatgehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hield maat | verleden tijd |
| hou maat | gebiedende wijs |
| houd maat | gebiedende wijs |
| maat te houden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| maat te zullen houden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| maat zal houden | bijzin, toekomende tijd |
| maat zou houden | bijzin, voorwaardelijk |
| maat zouden houden | bijzin, voorwaardelijk |
| maat zoudt houden | bijzin, voorwaardelijk |
| maat zullen houden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| maat zullen houden | bijzin, toekomende tijd |
| maat zult houden | bijzin, toekomende tijd |
| maatgehouden | verleden tijd, deelwoord |
| maatgehouden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| maatgehouden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| maathield | bijzin, verleden tijd |
| maathielden | bijzin, verleden tijd |
| maathou | bijzin, tegenwoordige tijd |
| maathoud | bijzin, tegenwoordige tijd |
| maathoudend | onvoltooid, deelwoord |
| maathoudt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| te hebben maatgehouden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen maathouden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal maatgehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal maatgehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal maatgehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal maathouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal maathouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal maathouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal maathouden | bijzin, toekomende tijd |
| zou maatgehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou maatgehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou maatgehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou maathouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou maathouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou maathouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou maathouden | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) maathouden maat zou(dt) houden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden maatgehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden maatgehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden maatgehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden maathouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden maathouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden maathouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden maathouden | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt maatgehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt maathouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt maathouden | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen maatgehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen maatgehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen maatgehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen maathouden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen maathouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen maathouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen maathouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen maathouden | bijzin, toekomende tijd |
| zult maatgehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult maathouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult maathouden | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal maathouden maat zult/zal houden | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van maat en houden
Woordfamilie van maathouden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hield maat | verleden tijd | maathouden |
| hielden maat | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | maathouden |
| hou maat | gebiedende wijs | maathouden |
| houd maat | gebiedende wijs | maathouden |
| houde maat | woordvorm | maathouden |
| houden maat | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | maathouden |
| houdt maat | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | maathouden |
| maatgehouden | voltooid deelwoord | maathouden |
| maathield | subordinate-clause, verleden tijd | maathouden |
| maathielden | subordinate-clause, verleden tijd | maathouden |
| maathou | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | maathouden |
| maathoud | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | maathouden |
| maathoude | with-subordinate-clause | maathouden |
| maathoudend | onvoltooid deelwoord | maathouden |
| maathoudende | woordvorm | maathouden |
| maathoudt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | maathouden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van maathouden zijn vastgelegd.