Naar de inhoud

lumbecken

boeken inbinden met lijm nadat de rug opgeruwd is

lumbecken

werkwoord ˈlʏmbɛkə(n)

Betekenis

  1. boeken inbinden met lijm nadat de rug opgeruwd is

Hoe spreek je lumbecken uit?

/ˈlʏmbɛkən/

Lumbecken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈlʏmbɛkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
l land
ʏ put
m maan
b bak
ɛ bed
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van lumbecken

lumbeckenhele werkwoord — lumbeckteverleden tijd enkelvoud — lumbecktenverleden tijd meervoud — gelumbecktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik lumbeck lumbeckte
jij lumbeckt lumbeckte
hij, zij, het lumbeckt lumbeckte
wij lumbecken lumbeckten
jullie lumbecken lumbeckten
zij lumbecken lumbeckten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gelumbeckt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gelumbeckt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gelumbeckt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gelumbeckt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gelumbeckt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gelumbeckt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gelumbeckt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gelumbeckt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gelumbeckt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gelumbeckt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gelumbeckt verleden tijd, deelwoord
gelumbeckt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gelumbeckt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gelumbeckt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gelumbeckt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gelumbeckt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gelumbeckt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gelumbeckt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gelumbeckt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gelumbeckt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gelumbeckt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gelumbeckt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gelumbeckt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gelumbeckt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gelumbeckt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gelumbeckt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gelumbeckt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gelumbeckt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gelumbeckt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gelumbeckt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gelumbeckt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gelumbeckt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gelumbeckt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gelumbeckt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gelumbeckt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gelumbeckt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gelumbeckt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gelumbeckt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
lumbeck gebiedende wijs
lumbecke aanvoegende wijs
lumbeckend onvoltooid, deelwoord
lumbeckte verleden tijd
te hebben gelumbeckt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te lumbecken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen lumbecken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gelumbeckt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gelumbeckt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gelumbeckt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gelumbeckt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gelumbeckt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gelumbeckt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gelumbeckt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gelumbeckt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gelumbeckt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gelumbeckt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gelumbeckt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gelumbeckt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gelumbeckt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gelumbeckt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gelumbeckt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gelumbeckt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gelumbeckt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gelumbeckt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gelumbeckt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gelumbeckt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gelumbeckt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gelumbeckt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gelumbeckt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gelumbeckt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gelumbeckt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gelumbeckt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gelumbeckt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal lumbecken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal lumbecken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal lumbecken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gelumbeckt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gelumbeckt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gelumbeckt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gelumbeckt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gelumbeckt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gelumbeckt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gelumbeckt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gelumbeckt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gelumbeckt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gelumbeckt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gelumbeckt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gelumbeckt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gelumbeckt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou lumbecken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou lumbecken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou lumbecken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gelumbeckt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gelumbeckt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gelumbeckt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gelumbeckt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gelumbeckt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gelumbeckt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gelumbeckt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gelumbeckt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gelumbeckt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden lumbecken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden lumbecken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden lumbecken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gelumbeckt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gelumbeckt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gelumbeckt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt lumbecken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gelumbeckt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gelumbeckt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gelumbeckt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gelumbeckt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gelumbeckt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gelumbeckt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gelumbeckt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gelumbeckt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gelumbeckt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen lumbecken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen lumbecken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen lumbecken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen lumbecken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gelumbeckt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gelumbeckt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gelumbeckt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult lumbecken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

eponiem, van Duits lumbecken ww , afgeleid van de familienaam van de uitvinder, de 20e-eeuwse Duitse fabrikant E. Lumbeck , in de betekenis "inbinden met lijm" aangetroffen vanaf 1968

Woordfamilie van lumbecken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gelumbeckt voltooid deelwoord lumbecken
gelumbeckte woordvorm lumbecken
lumbeck gebiedende wijs lumbecken
lumbecke aanvoegende wijs lumbecken
lumbeckend onvoltooid deelwoord lumbecken
lumbeckende woordvorm lumbecken
lumbeckt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon lumbecken
lumbeckte verleden tijd lumbecken
lumbeckten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon lumbecken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lumbecken zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over lumbecken

Hoe spreek ik lumbecken uit?
Zo spreek je lumbecken uit: /ˈlʏmbɛkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van lumbecken?
Lumbecken is een werkwoord. De betekenis is: boeken inbinden met lijm nadat de rug opgeruwd is.
Hoe vervoeg ik lumbecken?
Zo vervoeg je lumbecken zo: de tegenwoordige tijd is lumbeck, de verleden tijd is lumbeckte en het voltooid deelwoord is gelumbeckt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord lumbecken is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. L 3
  2. U 4
  3. M 3
  4. B 3
  5. E 1
  6. C 5
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

lumbecken levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. L 3
  2. U 2
  3. M 3
  4. B 4
  5. E 1
  6. C 5
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 23 zonder bonus
  11. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

lumbecken in het kort

lumbecken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van lumbecken staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort lumbecken bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

lumbecken: boeken inbinden met lijm nadat de rug opgeruwd is
Deel lumbecken — standaardnederlands.nl