loswringen
werkwoordBetekenis
- door wringen losmaken
- zich ~: door wringen ontsnappen
Vervoeging van loswringen
loswringenhele werkwoord — wrong losverleden tijd enkelvoud — wrongen losverleden tijd meervoud — losgewrongenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | wring los | wrong los |
| jij | wringt los | wrong los |
| hij, zij, het | wringt los | wrong los |
| wij | wringen los | wrongen los |
| jullie | wringen los | wrongen los |
| zij | wringen los | wrongen los |
Alle 87 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had losgewrongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had losgewrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had losgewrongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden losgewrongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden losgewrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden losgewrongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt losgewrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb losgewrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben losgewrongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben losgewrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben losgewrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben losgewrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt losgewrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft losgewrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft losgewrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| los te wringen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| los te zullen wringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| los zal wringen | bijzin, toekomende tijd |
| los zou wringen | bijzin, voorwaardelijk |
| los zouden wringen | bijzin, voorwaardelijk |
| los zoudt wringen | bijzin, voorwaardelijk |
| los zullen wringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| los zullen wringen | bijzin, toekomende tijd |
| los zult wringen | bijzin, toekomende tijd |
| losgewrongen | verleden tijd, deelwoord |
| losgewrongen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| losgewrongen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| loswring | bijzin, tegenwoordige tijd |
| loswringend | onvoltooid, deelwoord |
| loswringt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| loswrong | bijzin, verleden tijd |
| loswrongen | bijzin, verleden tijd |
| te hebben losgewrongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen loswringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| wring los | gebiedende wijs |
| wring u/je los, wringt je los | gebiedende wijs |
| wrong los | verleden tijd |
| zal losgewrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal losgewrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal losgewrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal loswringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal loswringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal loswringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal loswringen | bijzin, toekomende tijd |
| zal me loswringen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich loswringen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je loswringen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich losgewrongen hebben | verleden tijd |
| zich loswringend | onvoltooid, deelwoord |
| zou losgewrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou losgewrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou losgewrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou loswringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou loswringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou loswringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou loswringen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) loswringen los zou(dt) wringen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden losgewrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden losgewrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden losgewrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden loswringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden loswringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden loswringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden loswringen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt losgewrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt loswringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt loswringen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen je loswringen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen losgewrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen losgewrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen losgewrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen loswringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen loswringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen loswringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen loswringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen loswringen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen ons loswringen | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen zich loswringen | derde persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult losgewrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult loswringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult loswringen | bijzin, toekomende tijd |
| zult u loswringen | tweede persoon |
| zult u loswringen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult zich/u loswringen | tweede persoon |
| zult zich/u loswringen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult/zal loswringen los zult/zal wringen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van los en wringen
Woordfamilie van loswringen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| losgewrongen | voltooid deelwoord | loswringen |
| loswring | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | loswringen |
| loswringe | with-subordinate-clause | loswringen |
| loswringend | onvoltooid deelwoord | loswringen |
| loswringende | woordvorm | loswringen |
| loswringt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | loswringen |
| loswrong | subordinate-clause, verleden tijd | loswringen |
| loswrongen | subordinate-clause, verleden tijd | loswringen |
| wring los | gebiedende wijs | loswringen |
| wringe los | woordvorm | loswringen |
| wringen los | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | loswringen |
| wringt los | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | loswringen |
| wrong los | verleden tijd | loswringen |
| wrongen los | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | loswringen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van loswringen zijn vastgelegd.