loden
bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈlodə(n)Betekenis
- van lood vervaardigd
- waterdichte, zware dichte wollen stof, doorgaans groen van kleur
- de waterdiepte peilen met een dieplood, en eventueel tevens een monster van de bodem nemen door een vetgemaakte holte in de onderkant van het dieplood
Hoe spreek je loden uit?
/ˈlodən/
Loden bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| o | boot |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- uit loden vervaardigd
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (alleen | onverbogen, stellende trap |
| attributief) | onverbogen, stellende trap |
Vervoeging van loden
lodenhele werkwoord
Herkomst
bn [1], ww: afgeleid van lood zn met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van loden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lode | woordvorm | loden |
| lodend | woordvorm | loden |
| lodende | woordvorm | loden |
| lodens | meervoud | loden |
| loodde | woordvorm | loden |
| loodden | woordvorm | loden |
| loodt | woordvorm | loden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van loden zijn vastgelegd.