lobelia
zelfstandig naamwoord loˈbelijaBetekenis
- een geslacht van kruidachtige planten uit de klokjesfamilie (Campanulaceae)
Hoe spreek je lobelia uit?
/loˈbelija/
Lobelia bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| o | boot |
| b | bak |
| e | veel |
| i | riet |
| j | ja |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- geslacht van kruidachtige planten Lobelia uit de klokjesfamilie (Campanulaceae)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lobelia's | meervoud |
| lobeliaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| lobeliaatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
eponiem in het Neolatijn afgeleid met met het achtervoegsel -ia van de familienaam van de 16e-eeuwse Vlaamse botanist M. de Lobel , in de betekenis van ‘plantengeslacht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1779
Woordfamilie van lobelia
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lobelia's | meervoud | lobelia |
| lobeliaatje | verkleinwoord | lobelia |
| lobeliaatjes | verkleinwoord meervoud | lobelia |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lobelia zijn vastgelegd.