bromelia
zelfstandig naamwoord bro'melijaBetekenis
- plant uit de familie van de Bromeliaceeën, gekenmerkt door een rozet- of kokervormige inplanting van de bladeren en waarvan verscheidene soorten als kamerplant gekweekt worden
Hoe spreek je bromelia uit?
/broˈmelija/
Bromelia bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| o | boot |
| m | maan |
| e | veel |
| l | land |
| i | riet |
| j | ja |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- benaming voor planen uit de familie Bromeliaceae, de Bromeliaceeën, gekenmerkt door een rozet- of kokervormige inplanting van de bladeren en waarvan verscheidene soorten als kamerplant gekweekt worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bromelia's | meervoud |
| bromeliaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bromeliaatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘plantensoort’ voor het eerst aangetroffen in 1906
Woordfamilie van bromelia
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bromelia's | meervoud | bromelia |
| bromeliaatje | verkleinwoord | bromelia |
| bromeliaatjes | verkleinwoord meervoud | bromelia |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bromelia zijn vastgelegd.